Een MIG/MAG-las die ineens onrustig loopt, begint vaak niet bij de machine maar bij de draadtoevoer. De spoel draait schokkerig, de boog hapert of de draad komt met wisselende snelheid uit de toorts. De vraag wanneer lasdraad spoel vervangen speelt dan direct. Een volledig lege spoel vervangen is vanzelfsprekend. Maar ook vóór dat moment kan wisselen de snelste oplossing zijn voor een constante las, minder nabewerking en minder stilstand.
Een spoel lasdraad is een verbruiksartikel, maar niet elk probleem vraagt om een nieuwe spoel. Kijk eerst naar de staat van het draad, de opslag en de draaddoorvoer. Daarmee voorkomt u dat goed materiaal onnodig wordt afgevoerd, terwijl u problemen met vervuilde of beschadigde draad wél op tijd aanpakt.
Wanneer lasdraad spoel vervangen de juiste keuze is
Vervang de spoel direct wanneer het draad zichtbaar is geroest, geoxideerd of ernstig vervuild. Roestdeeltjes gaan mee door de draadliner, vervuilen de contacttip en verstoren het elektrische contact. Het gevolg kan een instabiele boog zijn, met meer spatten, poreusheid en een las die er onregelmatig uitziet. Bij staaldraden is dit risico groot wanneer een aangebroken spoel in een vochtige werkplaats, bus of onverwarmde opslag heeft gelegen.
Ook bij beschadigd draad is vervangen meestal verstandiger dan verder werken. Let op knikken, platgedrukte windingen, losse lussen en draad dat zich van de spoel heeft gewikkeld. Zo'n lus kan tijdens het afrollen vastlopen of een birdnest veroorzaken bij de aandrijfrollen. U verliest dan niet alleen draad, maar mogelijk ook tijd aan het reinigen of vervangen van liner, contacttip en aandrijfrol.
Is de spoel bijna leeg? Wacht dan niet altijd tot de laatste winding. Bij seriewerk, constructiewerk op locatie of lassen waarbij een onderbreking ongewenst is, is het praktischer om vooraf een volle spoel te monteren. Bewaar het resterende draad schoon en droog voor kleiner werk. Dat is efficiënter dan midden in een lasnaad moeten wisselen.
Een spoel die langere tijd open op de machine staat, verdient extra aandacht. Vooral aluminium lasdraad en staal met een gevoelige oppervlaktebehandeling hebben baat bij een droge, schone opslag. Ziet het draad dof uit, voelt het ruw aan of zitten er stof- en slijpresten op, dan is een nieuwe spoel vaak goedkoper dan fouten in het werkstuk herstellen.
Signalen die op een probleem met het lasdraad wijzen
Een slechte draadtoevoer is herkenbaar aan het geluid en gedrag van de lasmachine. De draadaanvoer klinkt dan pulserend, de snelheid varieert of de draad stopt kort terwijl de aandrijfrollen blijven draaien. Aan de las zelf ziet u vaak meer spatten, een onrustige boog, wisselende inbranding of een onderbroken rups.
Toch hoeft de spoel niet altijd de oorzaak te zijn. Een versleten contacttip kan de draad afremmen of juist onvoldoende geleiden. Een vervuilde liner geeft weerstand over de volledige lengte van de toorts. Ook een te strak of te los afgestelde spoelrem, verkeerde aandrijfrollen of verkeerde druk op de rollen kunnen hetzelfde beeld geven.
Controleer daarom eerst of de spoel vrij en gelijkmatig draait. De rem moet voorkomen dat de spoel na het stoppen van de draadaanvoer doorschiet, maar mag de motor niet onnodig belasten. Controleer vervolgens de aandrijfrollen. De groef moet passen bij de draaddiameter en bij het materiaal. Voor staal gebruikt u doorgaans V-rollen. Voor zacht aluminium zijn U-groefrollen nodig, vaak in combinatie met een geschikte liner.
Komt de draad met beschadigingen uit de contacttip, of ziet u metaalstof bij de aandrijving? Dan kan de spoel beschadigd zijn, maar inspecteer ook de rollen en liner. Alleen een nieuwe spoel plaatsen zonder de vervuiling weg te nemen, verplaatst het probleem naar het volgende laswerk.
Roest en vervuiling: niet doorlassen
Licht oppervlaktestof kunt u soms nog beoordelen door enkele meters draad af te voeren. Bij roest is dat geen betrouwbare oplossing. De oxidatie zit niet alleen op het zichtbare deel en kan al in de liner terecht zijn gekomen. Vervang de spoel, reinig de aandrijfrollen en beoordeel de liner en contacttip. Bij merkbare weerstand of veel vuil vervangt u die onderdelen eveneens.
Voor RVS en aluminium is schoon werken nog kritischer. Verontreiniging kan niet alleen de doorvoer verstoren, maar ook invloed hebben op het uiterlijk en de kwaliteit van de las. Bewaar deze draden afgesloten en gebruik verbruiksdelen die voor het betreffende materiaal zijn bestemd.
Knikken, lussen en vastlopers
Een enkele losse winding is al reden om de spoel stil te zetten en te controleren. Trek nooit hard aan draad dat achter een winding vastzit. Daarmee maakt u de knik groter en loopt u kans dat meerdere windingen loskomen. Als het draad niet netjes meer op de spoel ligt of zichtbaar vervormd is, vervang de spoel dan.
Bij een birdnest bij de aandrijfrollen knipt u het beschadigde deel weg en controleert u de oorzaak. Vaak staat de druk op de rollen te hoog, is de contacttip deels dichtgeslagen of zit er weerstand in de liner. Een nieuwe spoel monteren zonder deze instellingen te corrigeren leidt meestal snel tot dezelfde storing.
Lege spoel wisselen zonder toevoerproblemen
Schakel de lasmachine uit voordat u de draadspoel en aandrijving opent. Knip het draad recht af voordat u het uit de rollen haalt. Een omgebogen draadeinde kan de liner beschadigen of onderweg blijven haken. Houd het uiteinde van de nieuwe spoel goed vast: lasdraad staat onder spanning en kan direct afrollen zodra de borging loskomt.
Plaats de nieuwe spoel in de juiste draairichting, zodat het draad recht naar de aandrijfrollen loopt. Zet de spoelrem licht aan en voer het draad door de juiste groef. Sluit de drukrol en stel de druk alleen zo hoog af als nodig is voor een betrouwbare toevoer. Te veel druk perst zacht draad plat en veroorzaakt extra slijtage aan de rollen.
Verwijder bij voorkeur de contacttip voordat u nieuw draad door de toorts voert. Daarmee voorkomt u dat het draadeinde in de kleine boring blijft steken. Voer draad door tot het bij de toorts uitkomt, plaats daarna de juiste contacttip terug en knip het uiteinde schoon af. Controleer vóór het lassen of draadmaat, contacttip, aandrijfrol en liner bij elkaar passen.
Gebruik bij wisselen van materiaal - bijvoorbeeld van SG2-staaldraad naar RVS of aluminium - niet zomaar dezelfde liner en rollen. Staaldeeltjes in een liner zijn ongewenst bij RVS. Aluminium vraagt door zijn zachtheid om een andere ondersteuning dan massief staaldraad. Een aparte, duidelijk gemarkeerde set verbruiksdelen per materiaal voorkomt zoekwerk en kwaliteitsproblemen.
De juiste voorraad voorkomt improviseren
Hoe vaak u wisselt, hangt af van de spoelmaat, draaddiameter, lasstroom en het type werk. Een kleine D200-spoel is handig voor mobiel werk en incidentele klussen. In een productie- of constructiewerkplaats is een grotere spoel vaak voordeliger per kilogram en hoeft u minder vaak te stoppen. Daar staat tegenover dat een grote, geopende spoel langer op de machine staat en dus beter beschermd moet worden tegen vocht en stof.
Houd niet alleen een reservespoel aan, maar ook passende contacttips, een liner en aandrijfrollen op voorraad. Bij storingen blijkt regelmatig dat meerdere delen van de draadtoevoer aandacht nodig hebben. Met de juiste verbruiksdelen naast de machine voorkomt u dat een kleine storing uitloopt tot een verloren werkdag.
Let bij het bestellen op materiaal, diameter en toepassing. SG2-draad voor ongelegeerd staal, RVS-draad in de juiste kwaliteit en aluminiumdraad vragen elk om een passende instelling en toortsopbouw. De goedkoopste spoel is niet automatisch de voordeligste als de winding, bescherming of constante draadaanvoer tekortschiet.
Bewaar lasdraad zoals u ook uw laswerk bewaakt
Laat aangebroken spoelen niet onbeschermd op de machine liggen als er wordt geslepen, gestraald of veel stof vrijkomt. Haal de spoel eraf bij langere stilstand of dek deze af. Bewaar ongeopende spoelen droog, bij voorkeur in de originele verpakking. Vermijd condensvorming door materiaal uit een koude opslag niet direct in een warme, vochtige werkplaats open te leggen.
Een vaste controle voor aanvang van het werk betaalt zich snel terug: kijk naar de spoel, controleer de draadweg en beoordeel het proeflasje. Ziet de draad er goed uit en loopt de toevoer gelijkmatig, dan hoeft een spoel niet preventief weg. Ziet u roest, schade of terugkerende toevoerproblemen, vervang dan gericht en pak meteen de oorzaak in de draadtoevoer aan. Dat houdt de boog stabiel en het werk doorlopend.