Inhoudsopgave

Voorbeeld TIG-werkplek voor RVS inrichten

Voorbeeld TIG-werkplek voor RVS inrichten

Zoek je een voorbeeld tig werkplek voor rvs, kijk dan verder dan alleen de lasmachine. RVS-laswerk valt of staat met een schone, vaste werkmethode. Een goede werkplek voorkomt ijzerverontreiniging, beperkt nabewerking en helpt om bij seriewerk steeds dezelfde laskwaliteit te halen. Dat begint met de juiste machine, maar ook met een logisch ingerichte tafel, schoon gereedschap, gasvoorziening en afzuiging.

Voor dunne plaat, kokers, leidingwerk en zichtwerk is TIG de aangewezen methode. De warmte is nauwkeurig te sturen en de las is, mits goed uitgevoerd, strak en beheerst. De keerzijde is dat TIG minder fouten verbergt. Een vervuilde plaatrand, verkeerde gasinstelling of een slijpschijf die eerder op staal is gebruikt, zie je direct terug in de las.

Voorbeeld TIG-werkplek voor RVS: de basisopstelling

Een praktische RVS TIG-werkplek bestaat uit een laszone, een voorbereidingszone en een plek voor verbruiksmaterialen. Houd deze functies fysiek van elkaar gescheiden. Zo voorkom je dat slijpstof, staalspanen en vies handgereedschap op het RVS terechtkomen voordat je gaat lassen.

Plaats de TIG-lasapparaat naast of onder handbereik van de lastafel, maar niet midden in de looproute. Voor het meeste RVS-werk is een DC TIG-machine met HF-ontsteking, instelbare downslope en gasnaloop voldoende. Werk je veel met dun materiaal, zichtnaden of wisselende plaatdiktes, dan is pulsfunctie een nuttige aanvulling. Puls helpt de warmte-inbreng te beheersen, maar vervangt geen goede voorbereiding of juiste techniek.

Kies een lastafel die stabiel staat en voldoende ruimte biedt om werkstukken op te spannen. Een stalen lastafel kan prima, zolang het contactvlak schoon is en je voorkomt dat het RVS langdurig over roestig of vervuild staal schuurt. Voor zichtwerk en gevoelige delen is een aparte RVS-werktafel, een schoon werkblad of een beschermende tussenlaag vaak verstandiger.

De massaklem hoort zo dicht mogelijk bij de laszone op blank, schoon materiaal te zitten. Slecht massakontact veroorzaakt onrustige boogvorming en kan leiden tot startproblemen. Gebruik bij voorkeur een massaklem die uitsluitend voor RVS-werk wordt ingezet en houd de contactbekken vrij van slijpsel en corrosie.

De juiste machine-instelling voor RVS TIG-lassen

RVS wordt normaal gesproken met gelijkstroom en elektrode negatief gelast. De exacte stroom hangt af van plaatdikte, voegvorm, laspositie en warmteafvoer van het werkstuk. Als praktische richtlijn vraagt dun plaatwerk minder stroom en een snelle, beheerste voortgang. Dikker materiaal of hoekverbindingen vragen meer vermogen, maar ook daar is onnodig hoge stroom een veelgemaakte fout.

Begin altijd met een proeflas op hetzelfde materiaal en dezelfde dikte. Controleer of de las doorvloeit zonder dat de rand wegbrandt. Een te brede, doffe of sterk verkleurde las wijst vaak op te veel warmte, te weinig bescherming of een te trage voortgang. Een te hoge las met slechte inbranding kan juist duiden op te weinig stroom, een verkeerde toortsstand of onvoldoende voorbereiding van de lasnaad.

Gebruik een voetpedaal wanneer je regelmatig wisselt in plaatdikte, bij dun RVS werkt of het einde van de las gecontroleerd wilt afbouwen. Bij repeterend constructiewerk kan een toortsschakelaar met vaste parameters sneller werken. Welke optie het beste is, hangt af van de werkzaamheden. Voor maatwerk en zichtwerk geeft een pedaal meestal meer controle; voor productie kan een vaste instelling efficiënter zijn.

Gas, toorts en wolfraam zorgvuldig kiezen

Zuiver argon is de standaard bescherming voor TIG-lassen van RVS. Zorg voor een degelijke reduceerventiel, een betrouwbare gasslang en een flowmeter waarmee je de gasdoorstroming precies kunt afstellen. Te weinig gas geeft verkleuring, poreusheid en een onrustige las. Te veel gas is ook niet goed: turbulentie kan omgevingslucht aanzuigen en de bescherming juist verslechteren.

Een gaslens is bij veel RVS-werk een zinvolle keuze. Deze zorgt voor een rustiger gasdek en maakt het mogelijk de wolfraam iets verder uit de cup te laten steken, wat vooral bij hoeklassen en moeilijk bereikbare naden prettig werkt. Gebruik een keramische gaskap die past bij de lasopdracht. Een grotere cup geeft meer bescherming, maar is niet altijd handig in krappe hoeken.

Voor de meeste toepassingen zijn 1,6 en 2,4 mm wolfraamelektroden praktisch. Een 1,6 mm elektrode is geschikt voor dunner werk en lagere stroomsterktes. Een 2,4 mm elektrode biedt meer reserve bij zwaarder werk. Slijp wolfraam altijd in de lengterichting en gebruik daarvoor een aparte slijpoplossing. Slijpen met een vervuilde werkplaatsbandschuurmachine of een schijf die ook voor gewoon staal wordt gebruikt, is vragen om problemen.

Ook het toevoegmateriaal verdient een vaste plek aan de werkplek. Bewaar RVS-lasdraad droog, schoon en gescheiden per kwaliteit. Een veelgebruikte RVS-draad voor 304-achtige toepassingen is niet automatisch de juiste keuze voor 316 of hittebestendige kwaliteiten. Stem draad altijd af op het basismateriaal en de gevraagde corrosiebestendigheid.

Voorbereiden zonder ijzerverontreiniging

Bij RVS is voorbereiding geen bijzaak. Verwijder olie, markeringsresten, lijm en vuil voordat je begint. Ontvet de laszone met een geschikt middel en gebruik schone, pluisarme doeken. Raak een voorbereide lasrand vervolgens zo min mogelijk met vuile handschoenen aan.

Houd slijpmiddelen voor RVS strikt apart van die voor staal. Dat geldt voor lamellenschijven, afbraamschijven, slijpbanden, staalborstels en roterende borstels. De aanduiding Inox op een schijf is een goed uitgangspunt, maar alleen als die schijf ook daadwerkelijk exclusief voor RVS wordt gebruikt. Metaaldeeltjes van gewoon staal kunnen later roestpunten op het RVS veroorzaken.

Een vaste indeling voorkomt veel fouten. Leg voorbereid materiaal aan één kant van de tafel en afgewerkt laswerk aan de andere kant. Zet toevoegmateriaal, cups, spantangen en elektroden in afsluitbare bakken of ladebakken. Dat kost weinig ruimte, maar voorkomt dat kleine onderdelen tussen slijpstof en restmateriaal verdwijnen.

Voor een complete werkplek zijn deze vijf groepen verbruiksmaterialen logisch om op voorraad te houden:

  • wolfraamelektroden in de gangbare diameters
  • keramische gaskappen, gaslenzen, spantangen en spantanghouders
  • RVS-toevoegdraad in de gebruikte materiaalkwaliteiten
  • Inox-slijp- en reinigingsmiddelen die niet op staal worden gebruikt
  • reserve slijtdelen voor de TIG-toorts, inclusief isolatoren en achterkappen

Afzuiging en persoonlijke bescherming

TIG-lassen produceert doorgaans minder zichtbare rook dan MIG/MAG-lassen, maar dat betekent niet dat afzuiging overbodig is. Vooral bij langdurig werk, laswerk in een beperkte ruimte of bij vervuilde oppervlakken moet de luchtkwaliteit serieus worden genomen. Gebruik bronafzuiging die de lasrook afvangt zonder de beschermgasstroom rond de toorts te verstoren. Richt de afzuigmond dus niet pal in de gasstroom.

Draag een laskap met passende tint en een lasjas of brandwerende kleding. Dunne TIG-handschoenen geven de benodigde vingergevoeligheid, maar moeten wel bescherming bieden tegen warmte en scherpe randen. Goede veiligheidsschoenen, gehoorbescherming tijdens slijpen en een veiligheidsbril onder de laskap horen standaard bij de werkplek.

Wie RVS na het lassen mechanisch reinigt of borstelt, krijgt bovendien te maken met fijn stof en rondvliegende deeltjes. Plaats slijpwerk daarom bij voorkeur buiten de directe laszone. Dat houdt niet alleen de lucht schoner, maar voorkomt ook dat je net voorbereide lasnaden opnieuw moet ontvetten en reinigen.

Wanneer achtergas nodig is

Bij doorlassingen, pijpwerk, hygiënische installaties en corrosiekritische constructies is bescherming van de achterzijde vaak noodzakelijk. Zonder achtergas kan de wortelzijde zwaar oxideren. Die donkere, ruwe aanslag is niet alleen visueel minder fraai, maar kan ook de corrosiebestendigheid en reinigbaarheid verminderen.

Een aparte aansluiting voor formeergas of argon, afdichtmateriaal en een methode om de spoelruimte te controleren horen dan bij de werkplek. Laat het gas voldoende lang voorstromen voordat je start. De benodigde tijd hangt af van volume, leidinglengte en de mate waarin de ruimte is afgedicht. Bij klein leidingwerk is dat anders dan bij een grote RVS-kokerconstructie.

Begin niet met een lange boodschappenlijst, maar met de werkzaamheden die je elke week uitvoert. Richt de TIG-werkplek eerst daarop in: schoon materiaal, een betrouwbare gasvoorziening, passende slijtmiddelen en vaste plekken voor toorts- en lasbenodigdheden. Daar wordt RVS-laswerk sneller, netter en beter reproduceerbaar van.