Inhoudsopgave

Uitleg over wolframelektroden kleuren bij TIG

Uitleg over wolframelektroden kleuren bij TIG

Een TIG-las kan er prima uitzien aan de buitenkant en toch onnodig lastig te leggen zijn. Een onrustige boog, vervuilde las, snel wegslijtende punt of moeilijk starten wijst vaak niet direct op de machine, maar op de verkeerde wolfraamelektrode. Deze uitleg over wolframelektroden kleuren helpt u de kleurcode juist te vertalen naar materiaal, stroomsoort en toepassing.

De kleur op de elektrode geeft aan welke oxiden aan wolfraam zijn toegevoegd. Die toevoeging bepaalt onder meer hoe makkelijk de boog start, hoe goed de elektrode stroom draagt, hoe lang de punt scherp blijft en of de elektrode geschikt is voor gelijkstroom of wisselstroom. De kleur is dus geen decoratie, maar een praktische keuze voor uw TIG-werk.

Wolframelektroden kleuren en hun toepassing

De meest gebruikte TIG-elektroden zijn herkenbaar aan de gekleurde markering aan één uiteinde. Onderstaande kleuren komen veel voor volgens de gangbare ISO-kleurcodering. Controleer bij bijzondere legeringen altijd ook de verpakking of productspecificatie: fabrikanten kunnen eigen aanduidingen gebruiken, vooral bij universele of zeldzame-aarde-elektroden.

| Kleur | Type | Gebruik in de praktijk |
|---|---|---|
| Groen | Zuiver wolfraam, WP | Vooral AC voor aluminium en magnesium, met traditionele transformatorlasapparaten |
| Rood | 2% thorium, WT20 | DC voor staal, rvs, koper en titanium; goede boogstart, maar minder gewenst door radioactief thorium |
| Grijs | 2% cerium, WC20 | Breed inzetbaar voor AC en DC, vooral bij lagere tot gemiddelde stroomsterktes |
| Goud | 1,5% lanthaan, WL15 | AC en DC; goede allround keuze voor staal, rvs en aluminium |
| Blauw | 2% lanthaan, WL20 | AC en DC; stabiele boog en hoge stroombelastbaarheid |
| Wit | 0,8% zirkonium, WZ8 | Vooral AC voor aluminium en magnesium, goed bestand tegen verontreiniging |
| Paars | Zeldzame aarden, vaak E3 | Universeel AC/DC-gebruik, met goede ontsteking en lange standtijd |

Een kleur vertelt dus veel, maar niet alles. De diameter, de puntvorm, de gekozen stroomsterkte, het beschermgas en de instellingen van de TIG-machine bepalen samen het resultaat.

Welke elektrode kiest u voor staal en rvs?

Voor ongelegeerd staal, rvs, chroom-molybdeenstaal, koper en titanium wordt meestal met gelijkstroom elektrode negatief gelast: DCEN. De warmte zit dan grotendeels in het werkstuk en de elektrode blijft relatief koel. U slijpt de elektrode voor deze toepassing in een lengte richting tot een nette, symmetrische punt.

Rode thorium-elektroden waren jarenlang de vaste keuze voor DC-TIG. Ze ontsteken scherp, dragen veel stroom en houden de punt goed vast. In veel werkplaatsen is rood echter vervangen door blauw, goud, grijs of paars. Thoriumhoudende elektroden vragen extra aandacht bij slijpen. Slijpstof mag u niet inademen en hoort niet tussen gewoon werkplaatsstof terecht te komen. Wie regelmatig elektroden slijpt, kiest daarom vaak bewust voor een thoriumvrij alternatief.

Blauwe en gouden lanthaan-elektroden zijn in de praktijk sterke keuzes voor zowel staal als rvs. Ze combineren een betrouwbare HF-ontsteking met een stabiele boog en zijn bovendien bruikbaar wanneer u ook aluminium last. Grijze cerium-elektroden presteren goed bij fijn TIG-werk en lagere ampèrages, bijvoorbeeld dun rvs, leidingwerk of precisiewerk. Bij langdurig lassen op hogere stroom kan blauw of goud de betere standtijd geven.

Voor DC-werk moet de punt schoon en scherp zijn. Een botte, scheve of vervuilde punt geeft een brede, zwervende boog. Slijp altijd in de lengterichting van de elektrode, niet rondom. De slijpsporen sturen de elektronenstroom mee naar de punt en maken de boog rustiger.

Praktische DC-keuze

Lassen van 1 tot circa 3 mm staal of rvs gebeurt vaak goed met 1,6 mm wolfraam. Voor zwaarder werk en hogere stroomsterktes is 2,4 mm gebruikelijk. De exacte grens hangt af van elektrodestype, koeling, gaslens, lasduur en machine-instelling. Een te dunne elektrode wordt te heet en vervormt. Een onnodig dikke elektrode laat zich bij lage stroom juist minder precies sturen.

Aluminium lassen: groen, wit of toch blauw?

Aluminium en magnesium worden meestal met wisselstroom gelast. De positieve helft van de AC-golf helpt de oxidehuid op het materiaal te breken. Dat kost de elektrode meer warmtebelasting dan DC-lassen. Daarom is de elektrodekeuze hier extra merkbaar.

Groen, zuiver wolfraam, is van oudsher bedoeld voor AC-lassen. Deze elektrode vormt aan de punt een bolletje. Dat werkt goed op conventionele AC-transformatorlasapparaten, waar de wisselstroom weinig instelmogelijkheden biedt. Op moderne inverter-TIG-machines is groen vaak niet de eerste keuze. De elektrode kan eerder splijten en biedt doorgaans minder controle bij een gefocusseerde boog.

Wit zirkonium is een betere AC-keuze wanneer u een stabiele bol wilt behouden en verontreiniging beter wilt weerstaan. De elektrode is met name geschikt voor aluminiumwerk waarbij de stroom wat hoger ligt. Toch gebruiken veel vakmensen op moderne invertermachines liever een blauwe, gouden of paarse elektrode. Deze typen kunnen op AC scherp of licht afgestompt worden geslepen en leveren vaak een gerichtere boog dan een grote kogel aan de punt.

Bij AC-TIG gaat het niet alleen om de kleur. AC-balans en AC-frequentie zijn minstens zo bepalend. Meer reiniging belast de elektrode zwaarder en maakt de punt sneller rond. Een te grote, oncontroleerbare bol is vaak een teken dat de elektrode te dun is, de stroom te hoog staat of de balans ongunstig is ingesteld.

De kleur is niet hetzelfde als de diameter

Een veelgemaakte fout is een goede kleur kiezen en vervolgens een verkeerde diameter monteren. Een 1,0 mm blauwe elektrode is niet geschikt om langdurig zware aluminiumdelen op hoge stroom te lassen, ook al is blauw prima voor AC. Andersom maakt een 3,2 mm elektrode dun plaatwerk niet automatisch makkelijker.

Voor licht TIG-werk is 1,0 of 1,6 mm gangbaar. De maat 2,4 mm is de veelzijdige werkplaatsdiameter voor veel staal-, rvs- en aluminiumwerk. Bij hoge ampèrages, dikke delen, lange lassen of watergekoelde toortsen kan 3,2 mm nodig zijn. Raadpleeg altijd de stroombereiken van het specifieke elektrodetyype, want die verschillen per legering.

Houd de uitsteeklengte vanuit de gaskap beperkt en praktisch. Met een gaslens kan de elektrode verder uitsteken voor zicht en bereikbaarheid, maar alleen als gasdekking en toortspositie op orde zijn. Te veel uitsteken zonder voldoende gasbescherming geeft verkleuring, instabiele boog en een snel vervuilde punt.

Wanneer moet u de elektrode opnieuw slijpen?

Een wolfraamelektrode hoeft niet na elke lasbeweging vervangen te worden. Slijp of knip het uiteinde wel opnieuw wanneer de punt is aangeraakt door het smeltbad, toevoegmateriaal of werkstuk. Ook een zwarte aanslag, een gespleten punt, een groot bolletje bij DC of een onrustige boog zijn duidelijke signalen.

Gebruik bij voorkeur een aparte slijpoplossing voor wolfraam. Daarmee voorkomt u dat staal-, rvs- of aluminiumdeeltjes van een gewone slijpsteen in de elektrode terechtkomen. Zeker bij rvs- en aluminiumwerk voorkomt dat onnodige verontreiniging van uw laswerk. Raak de geslepen punt ook zo min mogelijk aan met handschoenen die olie, slijpstof of metaalspaanders bevatten.

Kies op proces, niet alleen op kleur

Wie vooral DC-lassen uitvoert op staal en rvs, kan goed uit de voeten met blauw, goud of grijs, afhankelijk van stroomsterkte en gewenst booggedrag. Wie regelmatig wisselt tussen staal, rvs en aluminium op een moderne inverter, kiest vaak voor blauw, goud of paars als praktische universele voorraad. Groen en wit blijven zinvolle, meer specifieke keuzes voor AC-toepassingen.

Leg daarom niet alleen één pakje elektroden naast de TIG-machine. Houd de juiste diameter beschikbaar, slijp ze schoon en apart, en stem de punt af op de lasopdracht. Dat kost weinig tijd, maar voorkomt dat u een probleem in de boog probeert op te lossen met meer stroom, meer gas of eindeloos bijstellen aan de machine.