Een toorts die tijdens een lange lasnaad te heet wordt, slecht draad doorvoert of telkens nieuwe contacttips vraagt, kost direct tijd. De beste MIG-toorts voor intensief gebruik is daarom niet automatisch de zwaarste uitvoering. Hij moet passen bij uw lasstroom, inschakelduur, draaddiameter, machineaansluiting en de manier waarop u dagelijks last.
Voor incidenteel werk kan een lichte luchtgekoelde toorts prima zijn. In een constructiewerkplaats, bij seriewerk of tijdens langdurig lassen op hogere stroom is de belasting heel anders. Dan bepalen koeling, kabelpakket, ergonomie en de beschikbaarheid van slijtdelen of u probleemloos doorwerkt.
De beste MIG-toorts voor intensief gebruik kiezen
Begin niet bij de handgreep of de prijs, maar bij de daadwerkelijke belasting. Kijk naar de ampèrage die u in de praktijk gebruikt, niet alleen naar het maximale vermogen van uw lasapparaat. Een machine van 300 ampère betekent niet dat u altijd met 300 ampère last. Wie voornamelijk staalwerk last rond 180 tot 220 ampère, heeft andere eisen dan iemand die dagelijks dikke plaat, zwaar constructiewerk of aluminium op hoge stroom last.
De opgegeven stroomsterkte van een MIG-toorts hoort altijd samen te gaan met de inschakelduur. Een toorts kan bijvoorbeeld een bepaalde stroom leveren bij 60 procent inschakelduur. Dat betekent dat hij binnen een periode van tien minuten zes minuten mag lassen en vervolgens moet afkoelen. Bij lang doorlassen, geautomatiseerd werk of veel hoeknaden kan die grens snel worden bereikt.
Ook het beschermgas telt mee. Toortsspecificaties kunnen verschillen tussen gebruik met CO2 en een argon/CO2-menggas. CO2 belast de toorts thermisch zwaarder. Controleer daarom altijd bij welke gassoort de opgegeven capaciteit geldt, zeker als u de toorts dicht tegen zijn maximale belasting inzet.
Luchtgekoeld of watergekoeld
Een luchtgekoelde MIG-toorts is eenvoudig, breed inzetbaar en geschikt voor veel werkplaatsen. De warmte wordt via de toorts, kabel en omgevingslucht afgevoerd. Dat houdt de installatie overzichtelijk: geen koelunit, geen slangen voor koelvloeistof en minder onderhoud. Bij normaal productiewerk op middelhoge stroom is dit vaak de logische keuze.
Voor echt intensief werk heeft een watergekoelde toorts duidelijke voordelen. De koelvloeistof voert warmte veel efficiënter af, waardoor de toorts compacter en bij hoge belasting beter hanteerbaar kan blijven. Dat merkt u vooral bij lange lascycli, hoge ampèrages en werk waarbij u weinig pauzes heeft. De hals en handgreep worden minder snel onaangenaam heet en slijtdelen krijgen minder thermische belasting.
Daar staat tegenover dat waterkoeling alleen goed werkt als de complete installatie klopt. U heeft een geschikte koelunit nodig, voldoende koelvloeistof, lekvrije aansluitingen en periodieke controle van slangen en koppelingen. Voor mobiele montageklussen of een laspost die regelmatig wordt verplaatst, kan een zware luchtgekoelde toorts praktischer zijn. Waterkoeling is geen doel op zich, maar een oplossing voor een aantoonbaar hoge warmtebelasting.
De aansluiting moet exact passen
Een goede toorts levert niets op als de aansluiting niet overeenkomt met uw machine. Veel MIG-lasapparaten gebruiken een eurocentrale aansluiting, maar dat zegt nog niet alles. Controleer de koppeling, de stuurstekker, de gaskoppeling en de aansluiting van het kabelpakket. Bij sommige machines of merken zijn afwijkende aansluitingen en specifieke pinbezettingen mogelijk.
Let ook op de lengte van het kabelpakket. Een pakket van drie meter is wendbaar en ideaal wanneer de machine dicht bij het werk staat. Vier of vijf meter geeft meer bereik rond een werkstuk, op een lastafel of bij carrosserie- en constructiewerk. Die extra lengte verhoogt wel de weerstand en maakt het pakket zwaarder. Bij aluminium en dunne draad wordt een lang kabelpakket sneller kritisch voor een constante draadaanvoer.
De binnenvoering moet passen bij het type lasdraad. Staal en RVS worden doorgaans met een stalen spiraal gevoerd. Voor aluminium gebruikt u bij voorkeur een kunststof of teflonvoering, vaak in combinatie met aangepaste aandrijfrollen en een geschikte contacttip. Wie regelmatig wisselt tussen staal, RVS en aluminium, voorkomt veel storingen door per materiaal een eigen, correct gevoerde toorts of kabelpakket te gebruiken.
Slijtdelen bepalen de stilstand
Bij intensief MIG-lassen zijn contacttip, gasmondstuk, gasverdeler, zwanenhals en binnenvoering geen bijzaken. Het zijn onderdelen die de boogstabiliteit, gasdekking en draadaanvoer rechtstreeks beïnvloeden. Een versleten tip geeft een onrustige boog en kan draad vast laten lopen. Een vervuild mondstuk verstoort de gasstroming en vergroot de kans op porositeit en spatten die aan de toorts blijven kleven.
Kies daarom een toortssysteem waarvan de slijtdelen gemakkelijk verkrijgbaar zijn en waarvan de maatvoering duidelijk is. De contacttip moet aansluiten op de draaddiameter die u gebruikt. Een tip voor 0,8 mm draad is niet automatisch de beste keuze voor 0,8 mm aluminium, omdat aluminium draad bij warmte uitzet. Daarvoor kan een iets ruimere passing nodig zijn, afhankelijk van materiaal, instellingen en toepassing.
Een voorraad aan de laspost voorkomt onnodige onderbreking. Voor intensief gebruik is het verstandig om minimaal contacttips, gasmondstukken, gasverdelers, binnenvoeringen en passende zwanenhalzen beschikbaar te hebben. Voeg daar toortsspray of antispattermiddel aan toe wanneer veel spatten verwacht worden. Schoonhouden is goedkoper dan storingen zoeken tijdens een productieklus.
Let op de zwanenhals en handgreep
De vorm van de zwanenhals bepaalt hoe goed u bij hoeknaden, kokers, lasmallen en moeilijk bereikbare verbindingen komt. Een rechte of beperkte gebogen hals werkt prettig op vlak werk. Een sterkere buiging geeft toegang in krappe hoeken, maar kan de belasting op pols en kabelpakket vergroten. Voor productiewerk met steeds dezelfde laspositie kan de juiste halsvorm merkbaar schelen in tempo en vermoeidheid.
De handgreep moet stevig in de hand liggen zonder onnodig groot te zijn. Een zware toorts biedt vaak hogere capaciteit, maar is minder prettig bij veel kort werk of lassen boven schouderhoogte. Bij lange productieruns is juist de balans tussen capaciteit en gewicht doorslaggevend. Probeer niet alleen te denken in ampères: een lasser die de toorts goed kan sturen, maakt constantere lassen en werkt langer zonder verkramping.
Vier controles vóór u een MIG-toorts bestelt
Controleer bij vervanging altijd deze vier punten:
- de maximale lasstroom en inschakelduur bij het gas dat u gebruikt;
- luchtgekoeld of watergekoeld, inclusief de aanwezige koelvoorziening;
- de machineaansluiting, stuurstekker en gewenste kabellengte;
- het draadmateriaal, de draaddiameter en de beschikbare slijtdelen.
Wanneer een zwaardere toorts zin heeft
Een zwaardere toorts is verstandig als uw huidige model structureel heet wordt, de kabel snel slijt, de handgreep oncomfortabel wordt of slijtdelen opvallend snel verbruiken. Ook bij de overstap naar dikker materiaal, hogere draadsnelheden of langere lascycli is het verstandig om de capaciteit opnieuw te beoordelen.
Ga echter niet zonder reden naar het grootste model. Voor dun plaatwerk, carrosseriewerk en veel positioneringslassen is een te zware toorts onhandig. De grotere hals kan het zicht op het smeltbad beperken en het gewicht maakt nauwkeurig werk vermoeiender. Kies capaciteit met marge, maar houd de toepassing leidend.
Wie de toorts ziet als verbruiksartikel, betaalt vaak dubbel: eerst in onderdelen en daarna in stilstand. Kies een systeem dat bij uw dagelijkse laswerk past, houd de juiste slijtdelen op voorraad en vervang de binnenvoering voordat draadaanvoer een probleem wordt. Dan blijft de laspost doen waarvoor hij er staat: productief lassen, zonder zoeken naar de oorzaak van een storing.