Inhoudsopgave

Wanneer vervang je contacttips bij MIG-lassen?

Wanneer vervang je contacttips bij MIG-lassen?

Een MIG-toorts die onrustig last, begint vaak niet met een probleem in de lasmachine. De oorzaak zit regelmatig in een klein slijtageonderdeel: de contacttip. Wanneer vervang je contacttips bij MIG-lassen? Niet volgens een vaste kalender, maar zodra de draadgeleiding en stroomoverdracht minder betrouwbaar worden. Wie te lang doorlast met een versleten tip, krijgt onnodig last van spatten, een zwabberende boog, draadstoringen en kwaliteitsverlies in de las.

Wat doet een contacttip bij MIG-lassen?

De contacttip zit voor in de lastoorts, direct achter het gasmondstuk. De lasdraad loopt door het kleine gat in de tip. Op dat punt wordt de lasstroom op de draad overgebracht. Daarom moet de passing tussen draad en boring nauwkeurig genoeg zijn: de draad moet vrij kunnen lopen, maar ook goed elektrisch contact maken.

Tijdens het lassen krijgt de tip het zwaar. Hij wordt warm, krijgt lasstroom te verwerken en vangt metaalspatten op. Bij een lange lastijd, een hoge stroomsterkte of intensief productiewerk slijt een contacttip merkbaar sneller dan bij incidenteel werk. Ook de draadaanvoer, de kwaliteit van de lasdraad, een vervuilde liner en de instelling van de toorts spelen mee.

Een contacttip is dus een verbruiksdeel. Dat is geen zwak punt van de toorts, maar normaal onderhoud. Tijdig vervangen is goedkoper dan tijd verliezen aan het zoeken naar storingen die uiteindelijk door een paar euro aan slijtdelen blijken te komen.

Wanneer vervang je contacttips MIG?

Vervang de contacttip zodra het lasgedrag verandert en de tip de oorzaak kan zijn. Kijk niet alleen naar hoe de tip er van buiten uitziet. De boring slijt vooral aan de binnenzijde en kan ovaal worden. Daardoor verliest de draad een stabiel contactpunt en gaat de lasboog zoeken.

Let in de praktijk vooral op deze signalen:

  • De boog wordt onrustig terwijl draadsnelheid, spanning en gasinstelling gelijk zijn gebleven.
  • De draad hapert, trilt of loopt merkbaar minder soepel door de toorts.
  • De tip brandt vaker vast aan de draad, bijvoorbeeld na een korte burn-back.
  • De lasdraad heeft zichtbaar veel zijwaartse speling in de boring.
  • De contacttip is blauw verkleurd, sterk bespat, uitgesleten of heeft een beschadigde draadverbinding.
Een vastgebrande draad is een duidelijk moment om de tip te controleren. Soms is een lichte aanhechting nog te verwijderen, maar forceer dat niet met een boor of een hard voorwerp. Daarmee vergroot u de boring en maakt u het probleem vaak erger. Is de draad vastgesmolten of is de boring beschadigd, vervang de tip dan direct.

Bij seriewerk is het verstandig om contacttips preventief te wisselen voordat de laskwaliteit terugloopt. Hoe vaak dat nodig is, hangt af van materiaal, ampèrage, inschakelduur en toortskoeling. Een lasser die dagelijks met staal op hogere stroom werkt, verbruikt aanzienlijk meer tips dan iemand die af en toe dun plaatwerk last.

Slijtage herkennen zonder giswerk

Haal de tip bij een afgekoelde toorts los en vergelijk de boring met een nieuwe tip van dezelfde maat. Bij een versleten tip is de opening vaak niet meer mooi rond. Ook een donkere aanslag, zware spatvorming rond de opening of een kromme punt zijn redenen om te wisselen.

Let op: een instabiele boog betekent niet automatisch dat de contacttip versleten is. Controleer ook de draadrollen, aandrijfrollen, draadrem, liner en massaklem. Een knik in de toortshals, een vervuilde liner of verkeerde druk op de aandrijfrollen kan dezelfde klachten geven. Vervang bij twijfel eerst de tip, omdat dit snel en voordelig is. Blijft de storing bestaan, werk dan de draadaanvoer stap voor stap na.

Kies altijd de juiste contacttip voor draad en toorts

De maat op de contacttip moet passen bij de gebruikte lasdraad. Voor staal is een contacttip van 0,8 mm normaal gesproken bedoeld voor lasdraad van 0,8 mm. Hetzelfde geldt voor 0,6, 1,0 en 1,2 mm draad. Een te kleine boring remt de draad af en kan vastbranden. Een te ruime boring geeft minder goede stroomoverdracht en een onrustigere boog.

Bij aluminium is extra aandacht nodig. Aluminiumdraad zet door warmte sterker uit en is zachter dan staal. Afhankelijk van de toepassing en het toortssysteem wordt daarom soms een iets ruimere tip gebruikt. Volg hierbij altijd de specificatie van de toortsfabrikant en test de combinatie bij het gebruikte ampèrage.

Naast de boring zijn ook de schroefdraad, lengte en uitvoering bepalend. Contacttips lijken op elkaar, maar een M6-tip past niet zomaar in een M8-tiphouder. Ook toortssystemen hebben eigen verbruiksdelen. Controleer daarom het type lastoorts, de draaddiameter en de gewenste materiaaluitvoering voordat u bestelt.

Koperen contacttips zijn gangbaar voor algemeen MIG/MAG-laswerk. Bij langdurig werk op hogere stroom kan een CuCrZr-uitvoering een betere keuze zijn. Dit materiaal is beter bestand tegen warmte en slijtage. De aanschafprijs ligt hoger, maar bij intensief gebruik kan de langere standtijd gunstiger uitpakken. Voor korte, lichte laswerkzaamheden is een standaard koperen tip doorgaans voldoende.

Contacttip vervangen: snel en zonder schade

Schakel de lasmachine uit en laat de toorts eerst afkoelen. Draai vervolgens het gasmondstuk los als dit de toegang belemmert. Verwijder de oude contacttip met passend gereedschap. Gebruik geen waterpomptang die de tip of toortshals beschadigt.

Controleer meteen de tiphouder en de schroefdraad. Verwijder losse spatten en vuil, maar laat de onderdelen niet vollopen met anti-spatmiddel. Een vieze of beschadigde tiphouder kan de elektrische overgang verslechteren. Plaats daarna een nieuwe, passende contacttip en draai deze vast tot hij goed aansluit. Overmatig aandraaien is niet nodig en kan de draadverbinding beschadigen.

Knip bij een vastgebrande of vervormde draadeinde een klein stuk lasdraad af voordat u opnieuw invoert. Voer de draad door, zet het gasmondstuk terug en maak een korte proeflas op vergelijkbaar materiaal. De draad moet zonder schokken uit de tip komen en de boog moet direct stabiel reageren.

Als de nieuwe tip al snel warm wordt, vastbrandt of onrustig last, zit het probleem waarschijnlijk elders. Controleer dan of de draad recht van de spoel afloopt, of de aandrijfrollen overeenkomen met de draaddiameter en of de liner schoon en geschikt is voor het draadtype. Bij aluminium zijn een geschikte liner en correcte aandrijfrollen extra bepalend.

Minder slijtage door beter toortsonderhoud

U voorkomt niet alle slijtage, maar wel veel onnodige uitval. Houd het gasmondstuk regelmatig vrij van spatten, want opgehoopte spatten verhogen de warmte rond de contacttip en verstoren de gasdekking. Controleer ook of de toorts niet langdurig met een scherpe knik wordt gebruikt. Dat verhoogt de weerstand in de liner en belast tip, draad en draadaanvoer.

Gebruik schone lasdraad en bewaar spoelen droog. Roest, stof en metaalslijpsel komen uiteindelijk in de liner en contacttip terecht. Wissel de liner zodra de draad merkbaar zwaar loopt of als u van staaldraad naar aluminiumdraad overstapt. Een nieuwe contacttip lost een vervuilde liner niet op.

Leg in de werkplaats altijd een kleine voorraad aan van de juiste contacttips, gasmondstukken en tiphouders. Juist deze onderdelen vallen vaak uit tijdens een klus of productieorder. Met de juiste verbruiksdelen op voorraad blijft een toorts inzetbaar en voorkomt u stilstand op een detail dat eenvoudig te vervangen is.

Een contacttip vervangen kost hooguit enkele minuten. Wacht daarom niet tot de boog volledig onvoorspelbaar wordt: een frisse, passende tip houdt de draadloop strak, de stroomoverdracht betrouwbaar en het laswerk onder controle.