Een lasapparaat dat midden in een reparatieklus uitvalt, kost meer dan een zekering of een contacttip. Productie loopt uit, een monteur staat stil en de oorzaak blijkt vaak iets eenvoudigs: vervuiling, een beschadigde kabel of versleten slijtdelen. Regelmatig lasapparaat onderhoud houdt de machine betrouwbaar, verbetert de laskwaliteit en verlengt de levensduur van onderdelen die dagelijks zwaar belast worden.
Onderhoud betekent niet dat u zelf de behuizing moet openen of elektronica moet repareren. De meeste winst zit in vaste, praktische controles rond de stroombron, toorts, massakabel, draadaanvoer en gasvoorziening. Wat u precies controleert, hangt af van het lasproces en de inzetfrequentie.
Lasapparaat onderhoud begint bij schoon werken
Metaalstof, slijpsel en lasrook vinden altijd een weg naar de werkplaatsapparatuur. Vooral een MIG/MAG-machine met draadaanvoer krijgt veel te verduren: stof kan zich ophopen in de machine, in de draadgeleider en rond de ventilatieopeningen. Daardoor koelt de stroombron minder goed en loopt de kans op storingen door oververhitting op.
Maak de buitenzijde en ventilatiesleuven daarom periodiek schoon met een zachte borstel of droge perslucht op lage druk. Richt perslucht niet langdurig van dichtbij op printplaten, connectoren of lagers. Bij een machine die intensief in een stoffige productieomgeving draait, is een maandelijkse controle logisch. Bij incidenteel gebruik in een nette werkplaats kan een controle per kwartaal voldoende zijn.
Let ook op de omgeving. Een lasmachine hoort niet op een vloer te staan waar slijpstof, water of metaalspanen zich verzamelen. Zet de machine zo neer dat de koellucht vrij kan circuleren. Een afgedekte of dicht tegen een wand geplaatste machine raakt zijn warmte minder goed kwijt, ook als de ventilator nog gewoon draait.
Controleer kabels, aansluitingen en de massa
Slechte stroomoverdracht herkent u vaak aan onrustige lasbogen, extra spatten, warme aansluitingen of een las die minder goed inbrandt. De massakabel verdient daarbij net zoveel aandacht als de toorts. Een massaklem die op verf, roest of een dunne rand van het werkstuk zit, geeft weerstand en veroorzaakt problemen die ten onrechte aan de machine worden toegeschreven.
Controleer kabels op scheuren in de isolatie, knikken, verbrande plekken en losse trekontlastingen. Kijk bij de stekkerverbindingen en DINSE-aansluitingen of er geen verkleuring, corrosie of speling zichtbaar is. Een aansluiting die warm wordt tijdens het lassen moet direct worden onderzocht. Vervang beschadigde kabels en klemmen tijdig - tape is geen duurzame reparatie voor een kabel die hoge lasstroom voert.
Maak het contactvlak van de massaklem schoon en klem deze zo dicht mogelijk bij de laszone op blank metaal. Dat is een kleine handeling, maar bij hogere amperages en langere kabels maakt het een duidelijk verschil.
MIG/MAG: onderhoud van toorts en draadaanvoer
Bij MIG/MAG-lassen zitten de meeste verbruiksdelen in en rond de toorts. Een vervuilde gasmondstuk, een versleten contacttip of een draadgeleider met aanslag beïnvloedt de draadtoevoer en de gasbescherming. Het resultaat is een instabiele boog, poreuze lasnaden of draad die vastloopt.
Verwijder lasspatten regelmatig uit het gasmondstuk. Controleer of de gasverdeler schoon en onbeschadigd is en of de contacttip nog past bij de gebruikte draaddiameter. Een tip die ovaal is uitgesleten, geeft onvoldoende geleiding en kan zorgen voor een wisselende booglengte. Vervang deze eerder dan later: het onderdeel is klein, maar de invloed op het lasbeeld is groot.
De draadgeleider vraagt extra aandacht wanneer de draad schokkerig loopt. Blaas de liner schoon of vervang hem als er vuil, roeststof of metaalslijpsel in zit. Gebruik een liner die past bij het type draad. Stalen draad, aluminiumdraad en gevulde draad stellen verschillende eisen aan de geleiding. Bij aluminium is een passende kunststof liner en een juiste aandrijfrol vaak noodzakelijk om beschadiging en opstroppen te voorkomen.
Controleer ook de aandrijfrollen. De groef moet schoon zijn en aansluiten op de draaddiameter. Te veel druk vervormt de draad, te weinig druk veroorzaakt slippen. Stel de druk af volgens de handleiding van de machine en test de draadaanvoer met een recht gehouden toortsleiding.
TIG en MMA vragen om andere controles
Een TIG-toorts heeft geen draadaanvoer, maar wel onderdelen die direct bepalen hoe rustig en schoon u last. Controleer de wolfraamelektrode op vervuiling, een verkeerde slijpvorm of een te korte elektrode. Slijp een verontreinigde elektrode opnieuw en vervang hem wanneer deze is gescheurd of sterk ingebrand. Bekijk tegelijk de keramische cup, de spantang en de gaslens. Haarscheuren, losse delen of vervuiling verstoren de gasstroom rond het smeltbad.
Bij TIG is ook de gasslang een aandachtspunt. Een kleine lekkage bij de aansluiting, in de toorts of bij de reduceerventiel kan leiden tot verkleuring van RVS en poreus laswerk. Controleer koppelingen en slangen visueel en luister bij twijfel naar lekkage. Gebruik geen beschadigde gasslang, zeker niet wanneer deze langs scherpe werkstukranden loopt.
Bij elektrode lassen, ook wel MMA genoemd, zijn elektrodehouder, massaklem en laskabel de belangrijkste slijtagepunten. Verwijder slak- en spatrestanten van de bekken van de houder en controleer of de elektrode stevig klemt. Een losse elektrodehouder kan heet worden en geeft een onbetrouwbare boog. Berg laselektroden bovendien droog op. Vochtige elektroden veroorzaken niet alleen lastiger starten, maar kunnen ook poreusheid in de las veroorzaken.
Koeling, ventilator en inschakelduur
Elke lasmachine heeft een inschakelduur. Dat is de tijd waarin de machine bij een bepaalde stroom mag lassen voordat afkoeling nodig is. Die grens is geen suggestie. Bij langdurig zwaar werk, bijvoorbeeld constructiewerk met hoge MIG/MAG-stroom of gutswerk, moet de ventilatie volledig vrij zijn en moet de machine zijn warmte kunnen afvoeren.
Luister of de ventilator normaal draait zodra deze inschakelt. Onregelmatig geluid, aanlopen of een ventilator die niet start, vraagt om service. Werk niet door met een machine die steeds in thermische beveiliging gaat. Controleer eerst de omgevingstemperatuur, luchtstroom en vervuiling. Blijft de storing terugkomen, laat de machine dan nakijken door een vaktechnische reparateur.
Open een stroombron niet zomaar zelf. Condensatoren kunnen ook na uitschakelen nog spanning bevatten. Reiniging aan de buitenzijde en controles van verbruiksdelen kunt u prima zelf uitvoeren, maar interne reparaties horen bij iemand met kennis van de betreffende machine en de juiste meetapparatuur.
Een praktische onderhoudsfrequentie
Wie dagelijks last, heeft een andere routine nodig dan iemand die een paar keer per maand reparatiewerk uitvoert. Maak onderhoud daarom onderdeel van de werkvoorbereiding, niet van de storing achteraf. Deze korte controle voorkomt de meeste problemen:
- Controleer vóór gebruik de massaklem, kabels, stekkers en toorts op zichtbare schade.
- Reinig wekelijks gasmondstuk, contacttip, gasverdeler en de directe omgeving van de draadaanvoer.
- Controleer maandelijks aandrijfrollen, liner, gasslang, reduceerventiel en ventilatieopeningen.
- Reinig bij intensief gebruik periodiek de machinebehuizing en laat interne inspectie uitvoeren volgens de voorschriften van de fabrikant.
- Vervang slijtdelen zodra het lasgedrag verandert, niet pas wanneer het onderdeel volledig defect is.
Let op signalen die om actie vragen
Een lasapparaat geeft meestal al waarschuwingen voordat het echt uitvalt. Draad die hapert, onverklaarbare spatten, een veranderend lasgeluid, moeilijk ontsteken of verkleurde aansluitingen zijn geen zaken om te negeren. Begin altijd bij de verbruiksdelen en de verbinding tussen machine en werkstuk. Daar zit in veel gevallen de oorzaak.
Blijft het probleem bestaan na het vervangen van de juiste slijtdelen en het controleren van gas, massa en instellingen, stop dan met zoeken op gevoel. Noteer het type machine, foutmelding, gebruikte instellingen en het materiaal waarop u last. Daarmee kan een specialist veel gerichter bepalen of er sprake is van een storing in de stroombron, toorts of aanvoerunit.
Een kleine voorraad contacttips, gasmondstukken, liners, aandrijfrollen, massaklemmen en passende kabeldelen voorkomt onnodige wachttijd. Bij Weldingshop.nl vindt u deze onderdelen naast lasmachines en werkplaatsbenodigdheden, zodat u onderhoud direct kunt combineren met de inkoop van verbruiksartikelen.
Plan het volgende onderhoudsmoment voordat de machine klachten geeft. Een schone toorts, goede massa en vrije koeling leveren iedere werkdag meer op dan een spoedreparatie wanneer de planning al onder druk staat.