Inhoudsopgave

Lasdekens veilig gebruiken in uw werkplaats

Lasdekens veilig gebruiken in uw werkplaats

Een vonk die achter een machine, onder een werkbank of in isolatiemateriaal terechtkomt, kan nog lang na het lassen voor problemen zorgen. Lasdekens veilig gebruiken is daarom geen bijzaak, maar een vaste stap bij las-, snij- en slijpwerk. De juiste deken beperkt rondvliegende lasspetters en hittebelasting, maar alleen als het materiaal, de plaatsing en de controle kloppen.

Lasdekens veilig gebruiken begint bij de toepassing

Een lasdeken is bedoeld om oppervlakken, machines, kabels en de directe werkomgeving te beschermen tegen vonken, lasspetters en kortdurende stralingshitte. Hij is geen universele brandwerende oplossing. Een lichte glasvezeldeken kan voldoende zijn bij beperkt MIG/MAG-laswerk op enige afstand, terwijl plasma snijden, gutsen of intensief slijpen een zwaardere kwaliteit vraagt.

Kijk daarom niet alleen naar de afmeting. De temperatuurklasse, materiaalopbouw, coating en de afstand tot de warmtebron bepalen of een deken geschikt is. Glasvezel is breed inzetbaar, maar kan bij hoge belasting bros worden. Silica-doek verdraagt doorgaans hogere temperaturen en is geschikt voor zwaardere thermische belasting. Een coating kan de weerstand tegen lasspetters verbeteren, maar heeft ook grenzen. Bij langdurig contact met een heet werkstuk kan zelfs een zware lasdeken doorbranden of verzwakken.

Stem de keuze af op het proces. Bij TIG-lassen zijn er doorgaans minder spetters, maar de omgeving kan alsnog warm worden. Bij MIG/MAG-lassen en lassen met beklede elektrode zijn spetters een groter risico. Bij slijpen en snijden ontstaan vonken die ver weg kunnen springen. Gebruik bij twijfel een ruimere afscherming en combineer de lasdeken met schermen of metalen platen waar dat praktisch is.

Beschermen is iets anders dan afdekken

Een veelgemaakte fout is een lasdeken los over apparatuur of materiaal leggen zonder te kijken waar de hitte naartoe kan. Een deken kan warmte vasthouden. Leg hem daarom niet direct op kunststof behuizingen, gasleidingen, drukslangen, accu's of gevoelige elektronica wanneer heet materiaal ertegenaan kan komen.

Houd ook rekening met de ondergrond. Op een betonnen vloer werkt een deken anders dan op houten platen, rubbermatten of een werkbank met olie- en vetresten. Lassen boven een deken kan nuttig zijn om spetters op te vangen, maar de deken moet dan vlak liggen, voldoende groot zijn en vrij zijn van brandbaar vuil. Een opgepropte deken creëert openingen waar vonken onder kunnen komen.

Beschermt u een wand, machine of voertuigdeel, hang de deken dan met voldoende overlap op. Zorg dat hij niet kan verschuiven door tocht, een kabel die blijft haken of beweging van het werkstuk. Bevestigingsogen, lasdekenklemmen of een degelijk frame zijn praktischer en veiliger dan improviseren met tape of dun draad.

Let extra op openingen en naden

Vonken zoeken niet de kortste route, maar de route die toevallig open ligt. Een kier aan de onderzijde van een hangende deken is vaak precies waar slijpvonken terechtkomen. Laat een verticale deken daarom doorlopen tot op de vloer of zorg voor voldoende overlap met een liggende deken.

Bij werkzaamheden aan pijpwerk, leidingbruggen, voertuigen of staalconstructies is afschermen aan één zijde zelden genoeg. Vonken kunnen via de achterkant, een holle ruimte of een doorvoer terechtkomen bij kabelbundels, isolatie of opgeslagen materiaal. Controleer de ruimte onder, achter en naast het werkgebied voordat u begint.

Controle vóór elke las- of slijpklus

Een lasdeken gaat niet onbeperkt mee. Brandgaten, losse vezels, harde verkoolde plekken en beschadigde naden verminderen de bescherming. Kleine schade hoeft niet altijd direct het einde te betekenen, maar bij werkzaamheden met veel spetters of hoge temperaturen is een beschadigde deken geen betrouwbare barrière meer.

Controleer voor gebruik minimaal deze punten:

  • de deken is droog en vrij van olie, vet, verf, oplosmiddelen en ander brandbaar vuil;
  • er zijn geen gaten, gescheurde naden of losse bevestigingsogen;
  • de maat is ruim genoeg voor de volledige vonkenzone;
  • de deken ligt of hangt stabiel, zonder openingen bij randen en doorvoeren;
  • brandbare materialen, gasflessen en drukslangen staan buiten het bereik van vonken en hitte.
Een deken die nat is geworden door regen, condens of bluswater moet eerst goed drogen. Nat materiaal kan stoomvorming veroorzaken wanneer het sterk wordt verhit. Bovendien ziet een vochtige deken er soms intact uit, terwijl vervuiling of aantasting van de coating pas na droging zichtbaar wordt.

Houd gas, kabels en machines uit de gevarenzone

Lasdekens worden vaak gebruikt rond lasapparatuur en gasflessen. Dat is logisch, maar plaats een deken nooit zo dat ventilatieopeningen van een lasmachine worden afgesloten. Een machine die zijn warmte niet kwijt kan, kan in storing gaan of oververhit raken. Houd ook laskabels, toortsen en verlengkabels zo veel mogelijk buiten de directe vonkenbaan.

Bescherm gasdrukregelaars en slangen liever door ze te verplaatsen dan door ze strak in een deken te wikkelen. Een afdekking kan een tijdelijke extra bescherming zijn, maar maakt inspectie lastiger en kan schade verbergen. Zorg altijd dat afsluiters bereikbaar blijven en dat slangen niet geknikt of belast worden door het gewicht van de deken.

Bij mobiel werk, bijvoorbeeld op locatie of in een onderhoudsstop, is de werkplek vaak minder overzichtelijk. Neem dan niet alleen een lasdeken mee, maar ook geschikte klemmen, een brandblusser en materiaal om vonken onder het werkgebied op te vangen. Juist bij werk op hoogte vallen hete deeltjes verder dan verwacht.

Brandwacht blijft nodig na heet werk

Een lasdeken voorkomt niet dat een vonk via een spleet wegschiet. Ook kan warmte via staal, boutverbindingen of leidingwerk worden doorgegeven aan een deel dat buiten zicht ligt. Daarom blijft nacontrole noodzakelijk, zeker in gebouwen met isolatie, houten constructies, kabelgoten, stofophoping of opgeslagen verpakkingsmateriaal.

Spreek bij werkzaamheden met verhoogd brandrisico af wie de omgeving controleert en hoe lang. De benodigde tijd hangt af van de klus, de locatie en aanwezige brandbare materialen. Bij een eenvoudige reparatie in een lege metalen werkplaats is de situatie anders dan bij laswerk in een productiehal of aan een installatie met verborgen ruimtes.

Controleer na afloop niet alleen de zichtbare plek. Kijk onder werkbanken, achter machines, in kabelgoten en aan de andere zijde van een wand of vloer. Ruik ook bewust naar verbrand materiaal. Een beginnende smeulbrand geeft soms eerder geur af dan zichtbaar rook.

Reinigen, opslaan en tijdig vervangen

Klop een afgekoelde lasdeken buiten uit of verwijder los vuil voorzichtig. Gebruik geen agressieve reinigingsmiddelen als de fabrikant dat niet voorschrijft, want die kunnen de coating of vezelstructuur aantasten. Vouw de deken droog op en bewaar hem niet op een plek waar hij olie, slijpstof of vocht opneemt.

Markeer dekens die alleen nog geschikt zijn voor licht slijpwerk of als tijdelijke onderlegger. Zo voorkomt u dat een versleten exemplaar later wordt ingezet bij intensief las- of snijwerk. Voor kritische werkzaamheden is een aantoonbaar intacte, passende lasdeken goedkoper dan schade aan een machine, voertuig of werkplaats.

Een goed gekozen lasdeken verdient zich terug door rust op de werkvloer: minder opruimwerk, minder schade en minder twijfel over waar vonken terechtkomen. Maak van controleren, goed plaatsen en nacontrole dezelfde routine als het aansluiten van de massaklem.