Inhoudsopgave

Hoeveel lucht verbruikt luchtgereedschap?

Hoeveel lucht verbruikt luchtgereedschap?

Een slagmoersleutel die na drie wielbouten al kracht verliest, een straalcabine die geen constant straalbeeld houdt of een schuurmachine die steeds trager draait: meestal ligt het niet aan het gereedschap, maar aan de luchtvoorziening. Wie wil weten hoeveel lucht verbruikt luchtgereedschap, moet verder kijken dan alleen de ketelinhoud van de compressor. De geleverde hoeveelheid lucht bij de juiste werkdruk bepaalt of u door kunt werken.

Hoeveel lucht verbruikt luchtgereedschap in de praktijk?

Het luchtverbruik staat meestal vermeld in liter per minuut (l/min) of cubic feet per minute (CFM). Daarbij hoort altijd een druk, bijvoorbeeld 6,3 bar. Dat is essentieel. Een machine kan bij 8 bar minder lucht leveren dan bij 6 bar, terwijl juist de opbrengst bij de werkdruk van uw gereedschap telt.

Let daarom niet alleen op de maximale aanzuigcapaciteit die fabrikanten op een compressor vermelden. Dit is de hoeveelheid lucht die de pomp theoretisch aanzuigt. Voor de werkplaats is de effectieve luchtopbrengst relevanter: de geleverde vrije lucht, vaak aangeduid als FAD of effectieve capaciteit. Die waarde ligt lager, maar vertelt wel wat er werkelijk beschikbaar is voor uw persluchtgereedschap.

Ook het verbruik van een gereedschap verdient uitleg. De opgegeven waarde is vaak een gemiddeld verbruik bij normaal gebruik. Een ratel verbruikt alleen lucht wanneer u de trekker indrukt. Een excenterschuurmachine of rechte slijper draait daarentegen geregeld langdurig door. Twee machines met dezelfde waarde in l/min kunnen dus een heel andere belasting vormen voor uw compressor.

| Type luchtgereedschap | Richtwaarde luchtverbruik | Gebruikspatroon |
|---|---:|---|
| Bandenpomp of blaaspistool | 100-250 l/min | Kortdurend, wisselend |
| Pneumatische ratel | 100-200 l/min | Intermitterend |
| Slagmoersleutel 1/2 inch | 120-250 l/min | Korte, krachtige pulsen |
| Rechte slijper | 250-450 l/min | Regelmatig langdurig |
| Excenterschuurmachine | 300-500 l/min | Vrijwel continu |
| Pneumatisch verfspuitpistool | 200-450 l/min | Continu tijdens spuiten |
| Kleine straalcabine of straalpistool | 400-800 l/min | Hoog en langdurig |

Dit zijn richtwaarden. Het exacte verbruik verschilt per merk, type motor, nozzle, ingestelde druk en toepassing. Vooral bij stralen en spuiten is een kleine afwijking in nozzlemaat al merkbaar in het benodigde luchtvolume.

Reken met effectieve luchtopbrengst, niet met ketelinhoud

Een grote ketel is nuttig, maar geen vervanging voor voldoende compressorcapaciteit. De ketel werkt als buffer. Hij levert tijdelijk extra lucht wanneer u een slagmoersleutel gebruikt of kort een werkstuk schoonblaast. Als een verbruiker lang achtereen lucht vraagt, loopt de ketel leeg en moet de compressor de vraag bijhouden.

Neem een excenterschuurmachine met een opgegeven verbruik van 380 l/min bij 6,3 bar. Voor incidenteel schuren kan een compressor met een effectieve opbrengst van circa 400 l/min nog werken. Voor langer schuurwerk is dat krap. De compressor draait dan vrijwel onafgebroken, de druk daalt sneller en vochtvorming neemt toe. Kies in dat geval liever voor minimaal 475 tot 500 l/min effectieve opbrengst bij de gevraagde druk.

Als praktische marge kunt u voor één langdurig gebruikt gereedschap 25 tot 30 procent extra capaciteit aanhouden. Bij 380 l/min komt u dan uit op ongeveer 500 l/min effectieve luchtopbrengst. Die reserve vangt drukverlies in slangen op, voorkomt voortdurend vollast draaien en geeft ruimte wanneer het werktempo omhooggaat.

Bij meerdere gelijktijdige gebruikers telt u de verbruiken op. Een monteur die een slagmoersleutel gebruikt naast een collega die continu schuurt, vraagt iets anders dan twee monteurs die afwisselend banden wisselen. Tel bij continu draaiende apparatuur het volledige verbruik mee. Bij gereedschap dat slechts kort wordt bediend, kunt u rekening houden met de gebruiksduur, maar blijf aan de veilige kant als de werkzaamheden niet voorspelbaar zijn.

Een eenvoudig rekenvoorbeeld

Stel: in een werkplaats werkt één medewerker met een pneumatische schuurmachine van 350 l/min. Tegelijk gebruikt een tweede medewerker af en toe een blaaspistool dat 180 l/min vraagt. Voor de schuurmachine rekent u volledig 350 l/min. Voor het blaaspistool kunt u in deze situatie bijvoorbeeld 75 tot 100 l/min extra reserveren. De basisvraag komt dan uit op circa 450 l/min.

Met 25 procent reserve is een compressor nodig die ongeveer 560 l/min effectief levert bij de ingestelde werkdruk. Moet de tweede medewerker ook regelmatig een slagmoersleutel of lakspuit gebruiken, reken dan niet met een beperkte gelijktijdigheidsfactor maar tel het volledige verbruik op. Dan is een grotere zuigercompressor of schroefcompressor vaak de betere keuze.

De werkdruk moet aan het gereedschap overblijven

De meeste pneumatische handgereedschappen zijn ontworpen voor ongeveer 6,2 tot 6,3 bar aan de luchtaansluiting. Dat betekent niet automatisch dat u de compressor op precies die druk moet instellen. Tussen compressor en gereedschap ontstaat drukverlies door filters, koppelingen, waterafscheiders, te dunne slangen en lange leidingtrajecten.

Een compressor die uitschakelt op 8 of 10 bar kan daarom nodig zijn om aan het uiteinde van een langere persluchtleiding stabiel 6,3 bar over te houden. De drukregelaar stelt u vervolgens af op de waarde die het gereedschap voorschrijft. Meer druk is geen oplossing voor te weinig luchtvolume. Een slijper die lucht tekortkomt, gaat niet beter werken door de regelaar verder open te draaien. U vergroot dan vooral slijtage, luchtverbruik en het risico op schade.

Slangdiameter speelt eveneens mee. Voor een blaaspistool is een dunne spiraalslang meestal geen probleem. Voor een schuurmachine, slijper of straalpistool is een ruimere binnendiameter nodig, zeker bij langere slangen. Een 6 mm binnendiameter kan bij hoge afname een duidelijke beperking vormen; 8 of 10 mm binnendiameter geeft dan merkbaar minder drukverlies. Gebruik ook koppelingen met een voldoende grote doorlaat. Een vernauwing vlak voor het gereedschap doet een goede compressor alsnog tekortschieten.

Luchtkwaliteit is onderdeel van de capaciteit

Perslucht bevat altijd vocht. Bij compressie warmt lucht op en wanneer die daarna afkoelt, condenseert water in ketel en leidingwerk. Voor een slagmoersleutel is een waterafscheider en regelmatig aftappen vaak voldoende. Voor spuitwerk, plasma-ondersteunende persluchttoepassingen, fijn pneumatisch gereedschap en straalwerk is schonere en drogere lucht nodig.

Een filter-regelaar met waterafscheider houdt vuil en condens tegen en maakt het mogelijk de werkdruk nauwkeurig in te stellen. Een nafilter of droger is verstandig wanneer olie, vocht of siliconen spuitfouten kunnen veroorzaken. Houd er rekening mee dat filters en drogers weerstand geven. Kies ze op het benodigde debiet, niet alleen op de aansluiting in inches.

Bij oliegesmeerd gereedschap kan een olienevelaar nuttig zijn, maar plaats die niet in een persluchtcircuit dat ook voor spuiten wordt gebruikt. Olie in de leiding kan later nog problemen geven bij lakwerk. In veel werkplaatsen is een apart, gefilterd aftakpunt voor spuiten en een ander punt voor algemeen luchtgereedschap de praktische oplossing.

Wanneer is een grotere compressor nodig?

Een compressor die bijna permanent draait, heet wordt en toch druk verliest, is te klein voor de toepassing. Ook een opvallend wisselend toerental van pneumatisch gereedschap, een slap straalbeeld en lange hersteltijd van de keteldruk wijzen op een tekort aan beschikbare lucht.

Voor incidenteel montagewerk voldoet vaak een compacte compressor met ketel. Voor dagelijks slijpen, schuren, spuiten of stralen zijn hogere effectieve opbrengst, een grotere ketel en een compressor met een passende inschakelduur belangrijker. Een schroefcompressor is vooral interessant bij veel draaiuren en een constante luchtvraag. Voor beperkt maar krachtig werk kan een goed gedimensioneerde zuigercompressor economischer zijn.

Kijk ook vooruit. Een compressor wordt zelden kleiner belast naarmate een werkplaats groeit. Een extra werkplek, straalcabine, spuitpistool of persluchtmachine kan een bestaande installatie direct op zijn grens zetten. Reken daarom op de zwaarste realistische werksituatie, inclusief leidingverlies en een bruikbare reserve. Daarmee blijft luchtgereedschap doen waarvoor het is aangeschaft: betrouwbaar werken zonder dat de persluchtvoorziening het tempo bepaalt.