Een TIG-las kan er aan de buitenkant rustig uitzien, terwijl het resultaat in werkelijkheid wordt bepaald door kleine onderdelen. TIG accessoires zoals een juiste wolframelektrode, spantang, gaslens en keramische cup hebben direct invloed op boogstabiliteit, gasbescherming en verkleuring. Wie uitsluitend naar de lasmachine kijkt, laat vaak winst liggen in de toorts en het verbruiksmateriaal.
Voor dagelijks werk is het daarom verstandig om TIG toebehoren te kiezen vanuit de toepassing: materiaalsoort, plaatdikte, laspositie, stroomsterkte en beschikbare ruimte rond de naad. Een passende set onderdelen werkt sneller, voorkomt storingen en maakt het eenvoudiger om een constante laskwaliteit te halen.
TIG accessoires beginnen bij de juiste toorts
De TIG-toorts is het werkende deel tussen machine en werkstuk. Niet iedere toorts past bij iedere opdracht. Luchtgekoelde toortsen zijn praktisch, licht en geschikt voor veel reparatie-, montage- en productiewerk. Bij langdurig lassen op hogere stroomsterktes wordt de handgreep echter snel warm. Dan is een watergekoelde toorts vaak de betere keuze, mits de machine of een aparte koelunit daarop is voorbereid.
Een compacte toorts biedt meer zicht en bewegingsvrijheid bij hoeklassen, dunwandig RVS werk, leidingwerk en lastig bereikbare constructies. Een grotere toorts kan meer warmte verwerken en is logischer voor zwaarder aluminium of langere lasnaden. Kies niet alleen op maximale ampèrage. Het comfort tijdens een volledige werkdag, de bereikbaarheid van de las en de beschikbaarheid van slijtdelen zijn minstens zo bepalend.
Let ook op de aansluiting. Toortsen verschillen in stroomaansluiting, gasslang, schakelaarstekker en eventuele bediening voor amperageregeling. Een toorts met verkeerde stekker of afwijkende pinbezetting is niet zonder meer bruikbaar op iedere TIG-machine. Controleer daarom altijd het type aansluiting en of u een handschakelaar, potmeter of voetpedaal wilt gebruiken.
Luchtgekoeld of watergekoeld
Luchtgekoeld is eenvoudiger: minder slangen, minder onderhoud en snel inzetbaar. Voor kortere lascycli en normaal TIG-werk is dit meestal voldoende. Watergekoeld geeft een koeler handvat en een stabielere inzet bij hoge belasting, maar vraagt wel om koelvloeistof, goede koppelingen en controle op lekkage. Bij incidenteel zwaar werk kan een grotere luchtgekoelde toorts voldoende zijn. Bij serieproductie is waterkoeling vaak de praktischere investering.
Verbruiksdelen: klein formaat, grote invloed
De meeste problemen met een onrustige boog of slechte gasdekking zitten niet in de machine, maar in versleten, vervuilde of verkeerd gemonteerde toortsdelen. Een TIG-toorts bestaat onder meer uit een spantang, spantanghouder, gascup, isolatiedelen en achterkap. Deze componenten moeten als systeem bij elkaar passen.
De spantang klemt de wolfraamelektrode. Gebruik altijd een spantang in de juiste diameter. Een elektrode van 1,6 mm hoort niet los in een 2,4 mm spantang te zitten. Slechte klemming veroorzaakt een onbetrouwbaar contact, verschuivende elektrode en onnodige warmteontwikkeling. Controleer de spantang regelmatig op vervorming of aanslag, zeker wanneer de toorts zwaar wordt belast.
De spantanghouder verdeelt het beschermgas rond de elektrode. Een standaard uitvoering is geschikt voor veel algemeen werk. Een gaslens zorgt voor een rustiger, meer laminaire gasstroom. Dat is vooral nuttig bij RVS, titanium, dun plaatwerk, zichtwerk en situaties waarin de elektrode verder uit de cup moet steken. Een gaslens vraagt meestal om bijpassende cups en afdichtingen. De winst zit in betere gasdekking, maar het systeem is iets gevoeliger voor beschadiging en neemt meer ruimte in beslag.
Keramische gascups zijn verkrijgbaar in verschillende diameters. Een kleine cup geeft goed zicht en is handig in krappe hoeken. Een grotere cup beschermt een breder lasbad en werkt prettig bij brede naden of gevoelige materialen. Te klein kiezen kan verkleuring en onvoldoende afscherming geven. Te groot kiezen zonder de gasinstelling aan te passen kost gas en kan turbulentie veroorzaken. Stem cupmaat, elektrode-uitsteek en gasdebiet dus op elkaar af.
Wolframelektroden afstemmen op materiaal en stroom
De wolfraamelektrode is geen universeel onderdeel dat u eenmaal kiest en vervolgens overal voor gebruikt. Elektrodediameter, slijpvorm en legering hebben invloed op ontsteking, boogvorm en belastbaarheid. Voor dun RVS en staal is een kleinere diameter vaak geschikt, terwijl zwaarder aluminiumwerk of hogere stroomsterktes een dikkere elektrode vraagt.
Bij gelijkstroom op staal, RVS en veel nikkelhoudende materialen wordt de elektrode doorgaans scherp en in de lengterichting geslepen. Daarmee blijft de boog gericht. Bij wisselstroom op aluminium bepaalt de instelling van de machine mede hoe de punt zich gedraagt. Een te stomp geslepen of vervuilde elektrode maakt de boog breed en onvoorspelbaar.
Raakt de wolfraamelektrode het smeltbad, stop dan niet met lassen alsof er niets is gebeurd. Slijp de vervuilde punt opnieuw en reinig zo nodig cup en spantanghouder. Vooral bij RVS zichtbaar werk voorkomt dit insluitsels en donkere plekken. Gebruik bij voorkeur een aparte slijpoplossing voor wolfram, zodat slijpstof van gewoon staal niet op de elektrode terechtkomt.
Achterkappen en elektrode-uitsteek
Een korte achterkap maakt de toorts handzamer in beperkte ruimtes. Een lange achterkap biedt plaats aan langere elektroden en hoeft minder vaak te worden geopend. Dat lijkt een klein verschil, maar bij werk in een machineframe, onder voertuigplaatwerk of in leidingconstructies is het merkbaar.
De elektrode-uitsteek moet passen bij de cup en de gasbescherming. Met een gaslens kan de elektrode vaak verder uitsteken zonder direct bescherming te verliezen. Zonder gaslens is een bescheidener uitsteek meestal veiliger. Hoe verder de elektrode naar voren staat, hoe beter het zicht, maar ook hoe groter de kans op onvoldoende gasdekking en beschadiging van de punt.
Gas, slangen en aansluitingen niet onderschatten
Argon is bij TIG-lassen een basisvoorwaarde, maar een volle gasfles alleen garandeert geen goede bescherming. Een betrouwbare reduceerventiel, een goed afleesbare flowmeter en lekvrije slangen zijn net zo relevant. Een beschadigde gasslang, uitgedroogde O-ring of losse koppeling kan lucht aanzuigen of gas laten ontsnappen. Het gevolg is poreus laswerk, verkleuring en onnodig verbruik.
Controleer de gasweg wanneer het lasbeeld plotseling verandert. Begin bij de fleskraan en het reduceerventiel, kijk vervolgens naar slang, koppelingen, toortsaansluiting en cup. Ook een verstopte gaslens of een gescheurde cup kan de gasstroom verstoren. Verhoog niet direct het gasdebiet om een probleem te maskeren. Te veel gas kan juist wervelingen veroorzaken, waardoor omgevingslucht in de gasbescherming terechtkomt.
Voor werk op locatie verdienen degelijke slangpakketten en bescherming tegen knikken extra aandacht. Leg slangen niet langs scherpe staalranden en voorkom dat er met karren of hefmiddelen overheen wordt gereden. Een paar minuten controle vooraf bespaart stilstand tijdens het lassen.
Bediening en werkcomfort bij TIG-lassen
Niet elk werkstuk vraagt om dezelfde stroomregeling. Voor een constante laslengte en gelijkmatige plaatdikte is een toortsschakelaar meestal voldoende. Bij dun materiaal, wisselende naden of nauwkeurig opstarten biedt een voetpedaal meer controle. U regelt de stroom tijdens het lassen zonder de toortsstand te veranderen. Dat is met name prettig bij aluminium, dun RVS en reparatiewerk met wisselende warmteafvoer.
Een handbediening op de toorts is een alternatief wanneer een voetpedaal onpraktisch is, bijvoorbeeld bij staand werk, op een trap of in beperkte werkruimte. De keuze hangt af van uw werkhouding. Een voetpedaal is precies, maar vraagt een stabiele positie. Een bediening op de toorts houdt u mobieler, maar maakt de handgreep iets voller.
Denk daarnaast aan toortshouders, kabelophanging en een beschermhoes voor het slangpakket. Een toorts die niet op een vuile werkbank ligt, blijft langer heel. Ook voorkomt een goede ophanging dat de slang onnodig knikt of aan de rand van een werkstuk schuurt.
Veiligheidsaccessoires horen bij de lasopstelling
TIG staat bekend als een schoon proces, maar dat maakt persoonlijke bescherming niet minder noodzakelijk. De UV-straling van de boog, hete delen, slijpwerk aan wolfraam en dampen van vervuilde materialen vragen om een complete basisuitrusting. Een lashelm met passende tint, hittebestendige handschoenen met voldoende gevoel en niet-brandbare werkkleding zijn geen bijzaak.
Voor precies TIG-werk worden vaak dunnere handschoenen gebruikt dan bij MIG/MAG. Dat verbetert de controle over toorts en toevoegmateriaal, maar de handschoen moet nog steeds tegen warmte en straling beschermen. Kies daarom geen te lichte uitvoering voor langdurig werk op hogere stroom. Bij slijpen, ontvetten en nabewerken horen ook een veiligheidsbril, gehoorbescherming en waar nodig adembescherming of afzuiging.
Voorraad houden van veelgebruikte TIG accessoires
In een werkplaats is een kleine voorraad verbruiksdelen vaak voordeliger dan een las stoppen voor één gebroken cup of versleten spantang. Houd vooral de onderdelen op voorraad die bij uw eigen toorts en meest gebruikte elektrodediameters passen. Een overzichtelijke assortimentskist voorkomt zoeken en verkleint de kans dat verkeerde delen worden gemonteerd.
Denk aan keramische cups, spantangen, spantanghouders, gaslenzen, isolatoren, achterkappen, O-ringen en wolfraamelektroden. Voeg daar reserve slijtdelen voor het reduceerventiel, een passende gasslang en reinigingsmiddelen voor RVS aan toe wanneer dat binnen uw werk voorkomt. Bij Weldingshop.nl is het praktisch om machine, toortsverbruik, gascomponenten en bescherming als één werkende combinatie te beoordelen.
De beste keuze is niet automatisch het grootste assortiment onderdelen of de duurste toorts. Kies TIG accessoires die aantoonbaar passen bij uw machine, materiaal en werkritme. Als cup, gaslens, elektrode en gasinstelling elkaar ondersteunen, wordt goed TIG-lassen vooral een stuk voorspelbaarder.