Lasposities bepalen meer dan alleen uw werkhouding
Dezelfde lasverbinding kan in de vlakke positie rustig lopen en verticaal of bovenhands ineens veel lastiger worden. De zwaartekracht trekt aan het vloeibare smeltbad, de warmte blijft anders in het werkstuk en de lasser moet booglengte, voortloopsnelheid en toortshoek aanpassen. De aanduidingen PA tot en met PG maken duidelijk in welke positie wordt gelast.
De positiecodes worden gebruikt bij toevoegmaterialen, lasmethodebeschrijvingen en kwalificaties. Ze zeggen niet automatisch welke stroomsterkte goed is. Materiaal, dikte, lasproces, draaddiameter en het datablad van het toevoegmateriaal blijven bepalend.
Wat betekenen PA tot en met PG?
PA – vlak lassen
De las ligt aan de bovenzijde en het smeltbad wordt door de zwaartekracht ondersteund. Dit is meestal de eenvoudigste en productiefste positie en vormt een logisch uitgangspunt voor de machine-instelling.
PB – horizontaal-verticale hoeklas
De hoeklas loopt horizontaal tussen een horizontaal en verticaal deel. Richt de boog zo dat beide flanken goed worden meegenomen en voorkom dat het bad naar de onderste plaat zakt.
PC – horizontale stompe las
De lasas loopt horizontaal in een verticale plaat. De bovenzijde kan snel ondersnijden terwijl aan de onderzijde te veel materiaal ontstaat. Een beheerst, klein smeltbad helpt.
PD – bovenhandse hoeklas
De hoeklas bevindt zich boven de lasser. Werk met volledige bescherming, houd de boog kort en voorkom een te groot vloeibaar bad.
PE – bovenhandse stompe las
Dit is een veeleisende positie. Goede voorbereiding, een korte boog, beperkte warmte-inbreng en gecontroleerde voortloopsnelheid zijn belangrijk.
PF – verticaal omhoog
Bij verticaal omhoog wordt tegen de zwaartekracht in opgebouwd. Deze richting wordt vaak gekozen wanneer inbranding en laagopbouw belangrijk zijn. Houd het smeltbad klein en geef de flanken voldoende tijd.
PG – verticaal omlaag
Verticaal omlaag kan snel werken op dun materiaal, maar geeft bij verkeerd gebruik gemakkelijk geringe inbranding. Gebruik deze richting alleen wanneer toevoegmateriaal, verbinding en lasmethode daarvoor geschikt zijn.
Moet het amperage omhoog of omlaag?
Gebruik de vlakke instelling als vertrekpunt. Bij verticaal en bovenhands lassen wordt de warmte-inbreng vaak verlaagd om het smeltbad beheersbaar te houden. Bij MIG/MAG kan een verlaging van spanning en draadaanvoer met ongeveer 10 tot 15 procent een bruikbare eerste proefinstelling zijn. Bij elektrode en TIG wordt vaak eveneens lager begonnen dan in PA.
Dit is geen vaste receptuur. Een te lage instelling veroorzaakt bindingsfouten; een te hoge instelling maakt het bad onbeheersbaar. Maak een proeflas en volg altijd het productdatablad en, waar van toepassing, de WPS.
Praktische controle vóór het lassen
- Controleer of het toevoegmateriaal voor de gewenste positie is goedgekeurd.
- Begin met een schoon en correct voorbereid werkstuk.
- Houd bij moeilijke posities het smeltbad kleiner.
- Pas steeds één instelling tegelijk aan.
- Controleer inbranding, flankbinding en lasprofiel op een proefstuk.