Inhoudsopgave

Kan je gegalvaniseerd staal lassen? Zo doe je dat

Kan je gegalvaniseerd staal lassen? Zo doe je dat

Een verzinkte poort, kokerprofiel of plaat lijkt soms een kleine reparatieklus. Toch is de vraag: kan je gegalvaniseerd staal lassen? Ja, dat kan. Maar zonder voorbereiding las je door een zinklaag heen die de las vervuilt en schadelijke dampen afgeeft. Bij dit werk bepalen afzuiging, lasvoorbereiding en bescherming of je een degelijke verbinding maakt of problemen creëert.

Gegalvaniseerd staal is gewoon staal met een beschermende zinklaag. Die laag voorkomt corrosie, maar reageert ongunstig op de hoge temperatuur van een lasboog. Zink verdampt al ruim voordat staal smelt. Daardoor ontstaan witte zinkoxide-dampen, spatten, porositeit en vaak een instabiel lasbad.

Kan je gegalvaniseerd staal lassen zonder problemen?

Niet helemaal. Lassen op gegalvaniseerd staal vraagt altijd extra aandacht. De beste aanpak is om de zinklaag op en rond de lasnaad eerst mechanisch te verwijderen. Zo las je op schoon blank staal en beperk je zowel de dampvorming als de kans op lasfouten.

Hoeveel je moet verwijderen, hangt af van het lasproces, de plaatdikte en de vorm van de verbinding. Als praktische richtlijn slijp je aan beide zijden van de naad minimaal enkele centimeters vrij. Bij een hoeklas moet ook de binnenzijde bereikbaar en schoon zijn. Alleen de zichtbare bovenzijde schuren is meestal onvoldoende.

Ook na het slijpen kan er in een kier, overlap of profiel nog zink aanwezig zijn. Dat komt tijdens het lassen alsnog vrij. Ga daarom niet uit van een volledig dampvrije klus, ook niet wanneer het materiaal er rondom de naad blank uitziet.

Waarom zinkdampen bij lassen serieus neemt

De witte rook die vrijkomt bij het lassen van verzinkt materiaal bevat onder meer zinkoxide. Inademing kan metaaldampkoorts veroorzaken. Klachten lijken vaak op griep: een droge of prikkelende keel, hoesten, hoofdpijn, misselijkheid, koorts, koude rillingen en een grieperig gevoel. Die klachten kunnen pas enkele uren na het werk optreden.

Werk dus nooit met je hoofd boven de lasnaad. Een open werkplaats met een deur op een kier is geen vervanging voor bronafzuiging. De damp moet worden afgevangen waar hij ontstaat, voordat hij in de ademzone komt.

Bij kort werk aan een klein onderdeel blijft afzuiging nodig. Bij seriewerk, grote constructies of laswerk in een besloten ruimte neemt het risico sterk toe. Beoordeel dan vooraf of de werkplek voldoende geventileerd is, of lokale afzuiging goed kan worden geplaatst en of aanvullende adembescherming noodzakelijk is. In tanks, putten, containers en andere besloten ruimten gelden zwaardere eisen. Begin daar niet zonder een passende werkvergunning, metingen en een duidelijk veiligheidsplan.

De juiste voorbereiding van de lasnaad

Een goede las begint bij schoon materiaal. Verwijder niet alleen de zinklaag, maar ook vuil, vet, verf, roest en vocht. Gebruik hiervoor bijvoorbeeld een lamellenschijf, fiberschijf of slijpschijf. Voor smalle zones en randen kan een roterende staalborstel helpen, maar die haalt een dikke thermisch verzinkte laag niet altijd volledig weg.

Let bij slijpen op de ondergrond en de vorm van het werkstuk. Bij dun plaatwerk wil je niet te agressief slijpen, omdat je de plaat dunner maakt of vervormt. Bij een zwaar verzinkt profiel is meer materiaalverwijdering nodig dan bij elektrolytisch verzinkt plaatmateriaal. Thermisch verzinken geeft doorgaans een dikkere laag en dus meer damp en vervuiling tijdens het lassen.

Ontvet het geslepen gebied vervolgens met een geschikte reiniger en laat het drogen. Een lasnaad met slijpstof en olie is nog steeds geen schone naad. Controleer ook de passing. Een grote spleet vraagt meer warmte-inbreng en daarmee meer dampvorming, vervorming en kans op doorbranden.

Welk lasproces werkt het beste?

MIG/MAG-lassen is in veel werkplaatsen de meest praktische keuze voor gegalvaniseerd staal. Zeker bij constructiewerk en grotere lengtes werk je snel en gecontroleerd, mits de zinklaag is weggeslepen. Gebruik een passende massieve lasdraad voor ongelegeerd staal en een beschermgas dat bij het materiaal en de toepassing past.

Met MAG-lassen op staal gebruik je vaak een menggas op basis van argon en CO2. Een stabiele gasdekking is extra belangrijk, want zinkresten kunnen al voor onrust in het smeltbad zorgen. Houd de toorts schoon en controleer regelmatig contacttip, gasmondstuk en gasdoorstroming. Spatten en verontreiniging bouwen bij verzinkt werk sneller op.

TIG-lassen is mogelijk wanneer het werk nauwkeurig moet zijn, bijvoorbeeld bij dunner materiaal of zichtbaar laswerk. TIG is minder vergevingsgezind: restanten van zink veroorzaken snel poreuze lassen en een vervuilde wolfraamelektrode. De voorbereiding moet dus beter zijn dan bij MAG. Voor constructies waar snelheid vooropstaat, is TIG meestal niet de eerste keuze.

Lassen met elektrode kan ook, vooral buiten of op locaties waar een gasfles onpraktisch is. De slak kan onzuiverheden deels afschermen, maar lost het probleem van zinkdampen niet op. Bovendien is het lastiger om een nette, foutvrije las te maken wanneer de verzinking niet goed is verwijderd. Kies een elektrode die past bij de staalsoort en wanddikte, en houd rekening met extra schoonmaakwerk tussen de lagen.

Voor dun verzinkt plaatwerk, zoals carrosserie- of plaatwerkreparaties, werkt een korte boog en lage warmte-inbreng het best. Hecht op meerdere plaatsen, las in korte stukjes en laat het materiaal tussendoor afkoelen. Zo beperk je kromtrekken en brand je minder snel door de plaat.

Instellingen en lastechniek in de praktijk

Er bestaat geen universele instelling voor verzinkt staal. De juiste stroom, spanning en draadsnelheid hangen af van plaatdikte, naadvorm, positie, materiaalvoorbereiding en machine. Begin daarom met een proeflas op een reststuk van hetzelfde materiaal.

Kijk niet alleen of de las er aan de bovenzijde netjes uitziet. Slijp een proefstuk eventueel door of maak een breukproef. Poriën, insluitingen en slechte inbranding zijn bij gegalvaniseerd staal vaak pas goed zichtbaar als je de las doorsnijdt of mechanisch belast.

Houd de boog kort en werk met een rustige, gelijkmatige voortgang. Te veel pendelen vergroot het warmtegebied en laat meer zink verdampen. Bij een hoeklas is een licht slepende techniek vaak goed beheersbaar. Zorg dat je de gasbescherming niet verstoort door een te grote toortshoek of tocht op de werkplek.

Bij dun materiaal helpt pulslassen of een machine met goede regeling bij lage stroomsterktes. Bij dikker constructiestaal is voldoende inbranding leidend. Verlaag de instellingen niet zo ver dat je een mooie, maar oppervlakkige las legt. Een nette lasrups is geen bewijs van een sterke verbinding.

Persoonlijke bescherming en werkplekinrichting

Een laskap met de juiste lasruit beschermt je ogen en gezicht, maar geen van de zinkdampen. Combineer laswerk aan verzinkt staal met bronafzuiging die dicht bij de naad staat. Positioneer de afzuigmond zo dat de damp van je af wordt getrokken, zonder de beschermgasstroom te beïnvloeden.

Gebruik daarnaast laschoenen, vlamvertragende werkkleding en lashandschoenen. Bij slijpen horen veiligheidsbril of gelaatsscherm en gehoorbescherming erbij. Draag geen synthetische kleding die kan smelten door vonken of lasspetters.

Wanneer bronafzuiging niet voldoende zekerheid geeft, is geschikte ademhalingsbescherming nodig. De keuze hangt af van de concentratie, werkduur, ruimte en aanwezige verontreinigingen. Een gewoon stofmasker is niet automatisch geschikt voor lasrook. Kies bescherming op basis van de risicoanalyse en zorg dat deze correct aansluit en wordt onderhouden.

Bescherm de las na afloop opnieuw tegen corrosie

Door het wegslijpen en lassen is de oorspronkelijke zinkbescherming plaatselijk verdwenen. Laat je dat onbehandeld, dan ontstaat juist rond de lasnaad snel roest. Reinig de las eerst grondig: verwijder slak, spatten, oxidatie en slijpstof. Laat het werkstuk afkoelen voordat je een beschermlaag aanbrengt.

Voor kleinere reparaties is zinkspray of zinkrijke coating vaak een praktische oplossing. Kies een systeem dat past bij de gewenste corrosiebescherming en de omgeving. Buitenwerk, industrieel gebruik en delen die permanent nat worden vragen meer dan een snelle laag zinkspray. Soms is nabehandeling door opnieuw thermisch verzinken de betere keuze, maar dat hangt af van afmeting, constructie en kosten.

Let ook op de achterkant van de verbinding. Bij kokerprofielen, overlappen en moeilijk bereikbare zones kan vocht blijven staan. Een goede las aan de buitenkant voorkomt geen corrosie als de constructie water vasthoudt. Denk daarom vooraf aan afwatering, ventilatieopeningen en een afwerking die alle kwetsbare delen bereikt.

Veelgemaakte fouten bij verzinkt staal lassen

De meest voorkomende fout is direct op de zinklaag lassen zonder deze weg te slijpen. Dat levert extra rook, poreuze lassen en onnodige belasting voor de lasser op. Een tweede fout is vertrouwen op algemene ventilatie zonder bronafzuiging. De damp komt dan nog steeds langs het gezicht voordat hij de ruimte verlaat.

Ook te snel nabehandelen gaat regelmatig mis. Als de las nog warm is of niet goed is gereinigd, hecht een zinkcoating slecht. Ten slotte wordt een proeflas vaak overgeslagen. Juist bij onbekend of oud verzinkt materiaal voorkomt een proefstuk dat je een hele constructie opnieuw moet uitslijpen.

Wie gegalvaniseerd staal last, heeft dus baat bij een vaste werkwijze: zink wegslijpen, goed afzuigen, een proeflas maken en de laszone weer tegen roest beschermen. Met de juiste machine, verbruiksmaterialen en bescherming wordt het geen uitzonderlijk werk, maar wel werk dat je zorgvuldig uitvoert.