Inhoudsopgave

Gids voor lasverbruiksmaterialen kiezen in de praktijk

Een lasmachine kan technisch in orde zijn en toch tegenvallen door de verkeerde draad, elektrode of contacttip. Met deze gids voor lasverbruiksmaterialen kiezen voorkomt u veelvoorkomende problemen zoals poreuze lassen, instabiele boogvorming, onnodig spatten en slijtdelen die te snel op zijn. Begin niet bij de verpakking, maar bij het basismateriaal, de laspositie en de eisen aan de verbinding.

Gids voor lasverbruiksmaterialen kiezen: begin bij het materiaal

Staal, RVS en aluminium vragen ieder om een eigen combinatie van toevoegmateriaal, beschermgas en toortsverbruiksmaterialen. Een verkeerde combinatie geeft niet alleen een minder nette las. De corrosiebestendigheid, sterkte en scheurgevoeligheid van de verbinding kunnen er direct onder lijden.

Voor ongelegeerd constructiestaal is een verkoperde massieve MIG/MAG-draad, zoals SG2, vaak de standaardkeuze. Deze draad werkt breed inzetbaar bij schoon tot licht verontreinigd staal en past goed bij algemeen constructie-, reparatie- en werkplaatswerk. Bij hogere eisen aan de mechanische eigenschappen, bijvoorbeeld bij constructies met hogere sterkte, is een draad met een passende classificatie nodig. Kijk dan niet alleen naar de treksterkte van het plaatmateriaal, maar ook naar de voorgeschreven lasmethode en eventuele certificeringseisen.

Bij RVS is het type basismateriaal leidend. RVS 304 en 316 vragen doorgaans om verschillende toevoegmaterialen. Een 308LSi-draad wordt veel toegepast op 304, terwijl 316LSi beter aansluit bij 316. De toevoeging van silicium verbetert de vloeiing van het smeltbad, maar is geen vervanging voor de juiste materiaalkeuze. Gebruik voor RVS bovendien een aparte RVS-borstel, slijpmiddel en werkzone. IJzerdeeltjes van gewoon staal kunnen later roestvorming veroorzaken.

Aluminium stelt weer andere eisen. Gebruik een aluminiumdraad die past bij de legering, vaak AlMg5 of AlSi5, en houd de draadgeleiding zo kort en soepel mogelijk. Zachte aluminiumdraad vervormt sneller in de kabel. Een spool gun of push-pull-toorts kan bij langere lengtes en intensief werk de meest stabiele oplossing zijn. Een kunststof of teflon liner, passende aandrijfrollen en een contacttip voor aluminium horen daar eveneens bij.

Kijk ook naar de conditie van het werkstuk

Nieuw, schoon plaatwerk last anders dan verzinkt staal, oud machineonderdeel of materiaal met een oliefilm. Verwijder verf, vet, roest en zinklaag rond de las waar mogelijk. Verbruiksmaterialen compenseren geen slechte voorbereiding. Zeker bij MAG-lassen kan vervuiling leiden tot porositeit, spatten en insluitsels.

MIG/MAG-draad: diameter, spoel en gas moeten samen kloppen

De draaddiameter kiest u op basis van plaatdikte, laspositie, machinevermogen en gewenste neersmeltsnelheid. Draad van 0,8 mm is een breed inzetbare maat voor dunner tot gemiddeld staalwerk. Voor dun plaatwerk kan 0,6 mm meer controle geven. Bij zwaardere constructies en hogere stroomsterktes is 1,0 of 1,2 mm vaak logischer, mits de draadaanvoer en toorts daarop zijn ingericht.

Een dikkere draad is niet automatisch productiever. Op dun materiaal neemt de kans op doorbranden toe als u onvoldoende laag in vermogen kunt werken. Een te dunne draad op zwaar werk kan juist leiden tot onvoldoende inbranding of een onpraktisch lage afsmeltsnelheid. Stem daarom draad, contacttip, draadaanvoerrol en liner altijd op dezelfde diameter af.

Ook de spoelmaat telt. Een kleine spoel is praktisch voor mobiel werk of incidentele reparaties. In een productieomgeving is een grotere spoel doorgaans voordeliger per kilo en voorkomt deze vaker wisselen. Let wel op de capaciteit van het draadcompartiment en op de asadapter van de lasmachine.

Het beschermgas bepaalt mede het lasgedrag. Menggas met argon en CO2 geeft bij staal meestal een rustige boog, minder spatten en een nette las. Meer CO2 kan economisch interessant zijn en geeft goede inbranding, maar vaak ook meer spatten en nabehandeling. Voor RVS wordt doorgaans argon met een kleine actieve toevoeging gebruikt. Aluminium last u normaal gesproken met zuiver argon. Controleer altijd welke gasmix de draadfabrikant adviseert en welke eisen het werk stelt.

Elektroden kiezen voor MMA-lassen

Bij elektrode lassen spelen de elektrodebekleding, diameter en opslag een grote rol. Rutiele elektroden zijn populair voor algemeen werk: ze ontsteken makkelijk, lassen prettig in meerdere posities en leveren doorgaans een goed verwijderbare slak. Ze zijn geschikt voor veel reparatie- en constructiewerkzaamheden waar gebruiksgemak vooropstaat.

Basische elektroden zijn interessant wanneer de verbinding hoge eisen stelt aan taaiheid en scheurvastheid. Ze vragen wel meer discipline. De lasnaad moet schoon zijn, de juiste polariteit is nodig en vochtige elektroden kunnen waterstof in de las brengen. Bewaar basische elektroden droog en gebruik, wanneer voorgeschreven, een elektrodeoven. Een geopende verpakking langdurig in een vochtige werkplaats laten liggen is vragen om problemen.

Cellulose-elektroden zijn vooral bedoeld voor specifieke toepassingen, zoals pijplassen met diepe inbranding. Voor doorsnee werkplaatswerk zijn ze zelden de eerste keuze. RVS- en gietijzerelektroden kiest u altijd op basis van het basismateriaal en de gewenste reparatiemethode. Bij gietijzer is voorverwarmen, korte rupsen lassen en gecontroleerd afkoelen vaak minstens zo bepalend als het type elektrode.

De diameter moet passen bij de materiaaldikte en beschikbare stroom. Een 2,5 mm elektrode is geschikt voor lichter werk; 3,2 mm is een veelgebruikte maat voor algemeen constructiewerk. Grotere diameters vragen meer vermogen en zijn minder geschikt voor dun materiaal of lastige posities.

TIG-verbruiksmaterialen: klein onderdeel, groot effect

Bij TIG-lassen is de kwaliteit van de afwerking vaak direct zichtbaar. Juist daarom moet de combinatie van wolframelektrode, toevoegstaaf, gaslens, keramische cup en beschermgas kloppen. Een onjuiste wolframpunt, vervuilde cup of versleten spantang geeft snel een onrustige boog en verkleuring naast de las.

Voor gelijkstroom op staal en RVS zijn moderne lanthanated wolframelektroden breed inzetbaar. Voor wisselstroom op aluminium is de keuze mede afhankelijk van de machine en de gewenste boogkarakteristiek. Slijp de wolframpunt in de lengterichting, niet rondom. Zo blijft de boog beter gericht. Gebruik bij voorkeur een aparte slijpoplossing voor wolfram om vervuiling te beperken.

Een gaslens verbetert de gasdekking en kan nuttig zijn bij RVS, dunwandig werk en lasnaden waar verkleuring beperkt moet blijven. Een grotere cup geeft meer bescherming, maar vraagt ook om voldoende gasdebiet en kan de toegankelijkheid verminderen. Te veel gas is niet beter: turbulentie kan juist lucht aanzuigen. Stel het debiet af op cupmaat, omgeving en toepassing.

Bij RVS-leidingen, tanks en gesloten profielen verdient backing gas aandacht. Zonder bescherming aan de achterzijde kan zware oxidatie ontstaan, ook wel suiker genoemd. Dat is niet alleen optisch ongewenst, maar kan ook de corrosiebestendigheid en reinigbaarheid aantasten.

Slijtdelen van toorts en plasmabrander niet opmaken tot het einde

Contacttips, draadliners, gasmondstukken, diffusors, elektrodehouders en massa-aansluitingen zijn geen bijzaak. Ze bepalen de stroomoverdracht, gasdekking en betrouwbaarheid van het lasproces. Een contacttip met een uitgesleten gat veroorzaakt een onstabiele boog en kan leiden tot terugbrand. Een vervuilde liner geeft onregelmatige draadaanvoer, waardoor u ten onrechte de machine-instelling gaat aanpassen.

Vervang een contacttip zodra de draad merkbaar speling heeft of de boog onrustig wordt. Reinig het gasmondstuk regelmatig van spatten en gebruik anti-spatspray of pasta waar dat past bij de toepassing. Controleer ook de O-ringen en aansluitingen van watergekoelde toortsen op lekkage.

Voor plasmacutters geldt hetzelfde principe. Elektrode, nozzle, swirl ring en beschermkap slijten als set, maar niet altijd in hetzelfde tempo. Een slechte start, een scheve snede of meer braamvorming is vaak een signaal om de slijtdelen te controleren. Gebruik onderdelen die exact bij merk, type toorts en stroomsterkte passen. Een nozzle die fysiek lijkt te passen, is niet automatisch geschikt voor de juiste snijkwaliteit.

Reken niet alleen met de prijs per verpakking

De goedkoopste draadrol of doos elektroden is niet per definitie de voordeligste keuze. Constante draadkwaliteit, goede koperlaag, nette spoeling en betrouwbare classificaties besparen tijd aan instellingen, schoonmaken en herstelwerk. Dat verschil merkt u vooral bij seriewerk, lange lasnaden en projecten waar afkeur geld kost.

Houd een kleine standaardvoorraad aan van de materialen die uw werkplaats echt gebruikt: de juiste draadmaat, contacttips, liners, gasmondstukken, slijpschijven en persoonlijke beschermingsmiddelen. Bewaar draad en elektroden droog, schoon en afgesloten. Noteer bij terugkerende werkzaamheden welke combinatie van draad, gas, instelling en toortsonderdelen goed werkt. Daarmee wordt bestellen sneller en blijft de laskwaliteit voorspelbaar.

Wie lasverbruiksmaterialen kiest vanuit materiaal, proces en toepassing, koopt gerichter en staat minder vaak stil. Leg bij twijfel een proeflas, beoordeel inbranding en uiterlijk, en pas pas daarna de voorraad voor het volgende werk aan.